OVERZICHTSARTIKELEN

Invasieve pulmonale schimmelinfecties tijdens COVID-19

NTVH - 2020, nummer COVID special, august 2020

drs. E.A. de Kort , E.B.D. Molendijk MSc, prof. dr. N.M.A. Blijlevens , prof. dr. P. Verweij

SAMENVATTING

Sinds het voorkomen van ‘Severe Acute Respiratory Syndrome CoronaVirus-2’ (SARS-CoV-2) wordt steeds meer bekend over het natuurlijk beloop van de virale infectie bij immuuncompetente en immuungecomprommiteerde patiënten. Bij immuungecomprommiteerde patiënten door een hematologische ziekte, is het een relevante vraag of COVID-19 een risicofactor kan zijn voor een opportunistische infectie, zoals een invasieve pulmonale aspergillose of een Pneumocystis jirovecii-pneumonie. Hoewel invasieve pulmonale aspergillose wordt gerapporteerd bij patiënten die mechanisch beademd worden, moet de waarde van aanvullende diagnostiek om het onderscheid te maken tussen kolonisatie en infectie, verder geduid worden. P. jirovecii pneumonie lijkt als opportunistische infectie tijdens COVID-19 geen rol te spelen.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17(COVID-19-SPECIAL):23-7)

Lees verder

De rol van het microbioom in allogene stamceltransplantatie

NTVH - 2020, nummer 5, july 2020

dr. M.D. Hazenberg , dr. Y.F. van Lier

SAMENVATTING

Het humane microbioom, een samenvattende naam voor alle microben die de mens met zich meedraagt op en in het lichaam, speelt een belangrijke rol in gezondheid en ziekte. Bij patiënten die een allogene hematopoïetische stamceltransplantatie (HCT) ondergaan, raakt het microbioom beschadigd als gevolg van chemotherapie, radiotherapie, antibiotica en andere medicamenten en een veranderd dieet. Beschadiging van het microbioom leidt tot een verstoring van de homeostase van darmepitheel en het immuunsysteem in de darm, en predisponeert patiënten tot het ontwikkelen van acute graft-versus-hostziekte (GvHD). Een fecestransplantatie, oftewel ‘fecal microbiota transplantation’ (FMT), kan het microbioom herstellen en is effectief bij een deel van de patiënten met steroïd-refractaire intestinale GvHD. Probiotica vertragen daarentegen juist het herstel van het microbioom, in ieder geval bij gezonde personen, en het gebruik daarvan bij allogene HCT-patiënten wordt vooralsnog afgeraden.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:191-7)

Lees verder

Het componeren van een behandeling op maat voor patiënten met een aangeboren bloedstollingstoornis (SYMPHONY-onderzoeksconsortium)

NTVH - 2020, nummer 5, july 2020

dr. M.H. Cnossen , dr. S.H. Reitsma

SAMENVATTING

Recentelijk heeft een groep Nederlandse onderzoekers, verenigd in het SYMPHONY-consortium, een subsidie van € 4,1 miljoen verworven die beschikbaar is gesteld door NWO in het kader van de Nationale Wetenschaps Agenda ronde 2018–2019. Graag informeren wij u over dit samenwerkingsverband dat zes jaar zal lopen, van eind 2019 tot eind 2025. In SYMPHONY werken patiënten, artsen en wetenschappers vanuit diverse achtergronden en specialismen samen om de behandeling van kinderen en volwassenen met een bloedstollingsstoornis te personaliseren. Dit wil zeggen het inrichten van een behandeling op maat, voor elk individu, in elke levensfase, met voor de maatschappij acceptabele kosten. Hierbij wordt gestreefd naar een behandeling die toenemend op grond van bloedingsneiging wordt ingericht in plaats van zoals momenteel op basis van de hoeveelheid nog aanwezige stollingsfactor óf op basis van huidige nog inadequate bloedplaatjesfunctietesten. Dit willen wij realiseren door ontdekkingen te forceren op het gebied van diagnostiek (nieuwe testen, verbetering bloedplaatjesfunctiediagnostiek), behandeling (‘value based health care’, m-health-modules, farmacokinetisch-gestuurd doseren van medicatie, ethische overwegingen) en de pathofysiologie van de bloedstolling (‘proteomics’, celkweeksystemen).

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:198-205)

Lees verder

Massaspectrometrie voor het identificeren, monitoren en zeer gevoelig detecteren van M-proteïnes

NTVH - 2020, nummer 5, july 2020

prof. dr. A.J. van Gool , dr. H. Russcher , prof. dr. I. Joosten , dr. J. Gloerich , dr. J.F.M. Jacobs , drs. M. Zajec , dr. M.M. van Duijn , drs. P. Langerhorst , dr. T.M. Luider , prof. dr. Y.B. de Rijke

SAMENVATTING

Monoklonale gammopathieën (MG) worden gedefinieerd door een klonale expansie van plasmacellen, resulterend in de karakteristieke uitscheiding van een monoklonaal immuunglobuline (M-proteïne). M-proteïnedetectie en kwantificering zijn integrale onderdelen van de diagnose en het monitoren van MG. Nieuwe behandelingsstrategieën brengen technische uitdagingen met zich mee, zoals interferentie van therapeutische monoklonale antistoffen in laboratoriumtesten en de behoefte aan gevoeligere testen om minimale restziekte te kunnen meten. Massaspectrometrie (MS) is bij uitstek geschikt voor nauwkeurige massametingen en kwantificatie van gerichte metingen van unieke kloon-specifieke peptiden van het M-proteïne. Op basis van deze kenmerken maken op MS gebaseerde methoden een gevoelige meting van het M-proteïne mogelijk. In dit overzichtsartikel wordt een uitgebreid overzicht gegeven van de MS-methoden die recentelijk zijn ontwikkeld voor het detecteren, karakteriseren en kwantificeren van M-proteïnes. De voor- en nadelen om deze methoden in de klinische praktijk toe te passen en de impact die het zal hebben voor patiënten met MG worden besproken.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:206-214)

Lees verder

Geïndividualiseerde nazorg voor overlevers van (non-)hodgkinlymfoom: achtergrond en ervaringen van de BETER-polikliniek

NTVH - 2020, nummer 4, june 2020

dr. A. Nijdam , dr. B.M.P. Aleman , prof. dr., ir. F.E. van Leeuwen , dr. J.M. Zijlstra , dr. J.M.M. Raemaekers , dr. M.B. van 't Veer

SAMENVATTING

Door betere behandelingen kunnen tegenwoordig de meeste patiënten met hodgkinlymfoom (HL) en diffuus grootcellig B-cel non-hodgkinlymfoom (DLBCL) worden genezen. Deze behandelingen kunnen echter, tot tientallen jaren na de behandeling, gezondheidsproblemen veroorzaken, zoals nieuwe vormen van kanker, hart- en vaatziekten, hypothyreoïdie, fertiliteitsproblemen, (functionele) hypo- en asplenie en vermoeidheid. Hoewel de kennis over late effecten in de afgelopen decennia sterk is toegenomen, ontbraken uniforme richtlijnen voor langetermijnnazorg voor mensen behandeld voor (N)HL op (jong)volwassen leeftijd. In 2009 is een landelijk samenwerkingsproject opgericht om richtlijnen op te stellen en de nazorg te structureren. Dit project is uitgegroeid tot het nationale BETER-consortium (Beter na Hodgkin: Evaluatie van de langeTermijnEffecten van chemo- en Radiotherapie). Het consortium bestaat inmiddels uit afgevaardigden van 34 Nederlandse ziekenhuizen, het Nederlands Huisartsengenootschap en de patiëntenvereniging Stichting Hematon. Het doel van de BETER-nazorg is om de levensverwachting en de kwaliteit van leven van HL-overlevers en geselecteerde subgroepen van non-hodgkinlymfoom (NHL)-overlevers te verbeteren door de ziektelast ten gevolge van de late effecten van de behandeling, waar mogelijk, te verminderen. HL- en DLBCL-overlevers die minimaal vijf jaar ziektevrij zijn, bij diagnose 15–60 jaar oud waren en bij uitnodiging niet ouder dan 70 jaar zijn, komen in aanmerking voor de BETER-poliklinieken. Op de BETER-poli’s worden zij geïnformeerd over de mogelijke late neveneffecten van hun lymfoombehandeling en ontvangen op hun individuele situatie toegespitste adviezen om deze late neveneffecten te voorkomen, vroegtijdig op te sporen en/of te behandelen. In dit artikel wordt onder andere ingegaan op de achtergronden van de BETER-poliklinieken, de screeningsrichtlijnen, ervaringen vanuit de BETER-poliklinieken en wordt vooruitgekeken.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:145–53)

Lees verder

Nieuwe behandelmogelijkheden bij sikkelcelziekte

NTVH - 2020, nummer 4, june 2020

prof. dr. B.J. Biemond , dr. E. Nur

SAMENVATTING

Sikkelcelziekte kenmerkt zich door chronische hemolytische anemie en recidiverende vaso-occlusie met als gevolg ischemie, inflammatoire respons en hevige pijn. De ziekte leidt tot veel morbiditeit, orgaanschade en een sterk verminderde levensverwachting. In de laatste jaren zijn grote vorderingen gemaakt met de ontwikkeling van nieuwe behandelingen die zich op verschillende aspecten van de ziekte richten, waaronder verhoogde adhesie van erytrocyten en leukocyten aan het endotheel, chronische intravasale hemolyse met daaraan gerelateerde chronische anemie, inflammatie en endotheelactivatie, en oxidatieve stress. Naar verwachting zullen enkele van deze medicamenteuze behandelmogelijkheden op korte termijn beschikbaar komen in de klinische praktijk. Daarnaast is grote vooruitgang geboekt in de mogelijkheid om nu ook volwassen patiënten met sikkelcelziekte te genezen door middel van allogene stamceltransplantatie. Ten slotte worden sinds de rapportage van een succesvolle toepassing van gentherapie bij een jonge patiënt met sikkelcelziekte in maart 2017 grote vorderingen gemaakt met verdere therapeutische toepassing van gentherapie bij sikkelcelziekte. In dit overzichtsartikel wordt een samenvatting gegeven van deze ontwikkelingen.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:154–9)

Lees verder

Fibrinolysestoornissen: een klinische review

NTVH - 2020, nummer 4, june 2020

drs. J.L. Saes , dr. M.R. Nijziel , dr. S.E.M. Schols , dr. W.L. van Heerde

SAMENVATTING

Bloedingen door fibrinolysestoornissen kunnen worden veroorzaakt door deficiëntie van een van de remmers van de fibrinolyse (plasminogeen activatorremmer type 1 (PAI-1) of alfa-2-antiplasmine (α2-AP)), of een overschot aan een van de activators van de fibrinolyse: ‘tissue type’ plasminogeenactivator (tPA) of ‘urokinase type’ plasminogeenactivator (uPA). De bloedingsneiging van patiënten met een fibrinolysestoornis wordt gekenmerkt door late nabloedingen na trauma, chirurgie en tandextracties. Bloedingen in gebieden met een hoge fibrinolytische activiteit komen ook vaak voor, zoals menorragie en epistaxis. Patiënten met α2-AP-deficiëntie hebben de meest ernstige bloedingsneiging. Recentelijk werd ontdekt dat patiënten met hyperfibrinolyse tevens een verhoogde kans hebben op obstetrische complicaties, zoals miskramen en vroeggeboorte, met name patiënten met PAI-1-deficiëntie. Fibrinolysestoornissen worden waarschijnlijk ondergediagnosticeerd door gebrek aan kennis en accurate diagnostische testen. Een deel van de grote groep patiënten die als ‘bloedingsneiging e.c.i.’ zijn geclassificeerd, heeft mogelijk een fibrinolysestoornis. In geval van een hoge verdenking, bijvoorbeeld door een positieve familieanamnese, terugkerende bloedingen of ongewone bloedingen zoals intramedullaire hematomen, moet verdere diagnostiek niet achterwege worden gelaten als de standaard hemostatische screening negatief is. Goede diagnostiek is belangrijk, omdat deze aandoeningen in het algemeen goed kunnen worden behandeld met antifibrinolytica.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:160–8)

Lees verder
X