TRENDS IN TRIALS

HOVON 124-studie: een multicentrum fase 1/2-studie met ixazomib, dexamethason en rituximab bij patiënten met recidief of progressie van de ziekte van Waldenström

NTVH - 2015, nummer 4, june 2015

dr. J.M.I. Vos , Prof, dr. M.C. Minnema , prof. dr. M.J. Kersten

Samenvatting

De HOVON 124-studie onderzoekt of bij patiënten met recidief of progressie van Morbus Waldenström (MW) behandeling met ixazomib, rituximab en dexamethason effectief is. Acht cycli combinatietherapie worden bij responsieve ziekte gevolgd door 2 jaar onderhoudstherapie met rituximab. Het betreft (met uitzondering van de eerste kuur) een niet-intraveneus schema, aangezien de rituximab subcutaan wordt toegediend. Proteasoomremmers zoals bortezomib zijn zeer effectief gebleken bij MW, echter neuropathie lijkt bij deze groep significant vaker voor te komen dan bij patiënten met multipel myeloom (MM). Neurotoxiciteit is bij de nieuwe proteasoomremmer ixazomib een minder frequent voorkomende bijwerking. Bovendien heeft het als voordeel dat het een oraal middel is. De studie bestaat uit een beperkt fase 1-deel, waarin wordt onderzocht of de standaard-dosering van 4 mg ixazomibgegeven op dag 1, 8, 15, zoals die nu bij MM wordt gebruikt, in deze combinatie ook bij patiënten met MW geen dosis-limiterende toxiciteit geeft. Vervolgens zal in het fase 2-deel de effectiviteit worden onderzocht met als primair eindpunt de remissiestatus na 8 cycli. De HOVON 124-studie is de eerste HOVON-studie voor patiënten met MW.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2015;12:148–52)

Lees verder

MURANO-studie: venetoclax voor patiënten met recidief of refractaire CLL

NTVH - 2015, nummer 3, april 2015

prof. dr. A.P. Kater , dr. J. Regelink , prof. dr. J.H. Veelken , dr. M. Nijland , dr. M.D. Levin , dr. M.E.D. Chamuleau , dr. M.R. Nijziel , dr. M.R. Schaafsma , dr. O. de Weerdt , dr. P.J. Lugtenburg , dr. R. Leys , dr. R.A.P. Raymakers , dr. R.J.W. van Kampen , dr. S. Kersting

Samenvatting

Met de toevoeging van een anti-CD20-antistof aan chemotherapie is de overleving van patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL) verbeterd, maar zeker de subgroep van patiënten met een deletie 17p en/of een p53- mutatie heeft een sterk verminderde respons. De veelbelovende werking van ibrutinib en idelalisib voor patiënten met CLL heeft de behandeling met name voor de laatste groep sterk verbeterd, maar de langetermijnuitkomst is onzeker door bijwerkingen en mogelijk selectie van resistente klonen. Venetoclax (ook wel GDC-199 of ABT-199) is een selectieve orale Bcl-2-remmer, die in een fase 2-studie bij patiënten met een prognostisch ongunstige CLL een respons van 78% liet zien. De voornaamste bijwerking bij de eerste patiënten die met venetoclax werden behandeld, was een ernstig tumorlysissyndroom, wat na de aanpassing van de startdoseringen (verplichte oplopende titratie in de loop van weken), vrijwel niet meer voorkomt. De MURANO-studie vergelijkt rituximab-venetoclax met rituximab-bendamustine bij patiënten met een recidief of refractaire CLL (na 1–3 voorgaande behandelingen) en zal in 14 centra in Nederland worden uitgevoerd. Het primaire eindpunt is progressievrije overleving.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2015;12:100–3)

Lees verder

Kan N-acetylcysteïne de incidentie van pijn in het dagelijks leven bij sikkelcelziekte verminderen?

NTVH - 2015, nummer 2, march 2015

prof. dr. B.J. Biemond , drs. J. Sins , prof. dr. K. Fijnvandraat

SAMENVATTING

Oxidatieve stress, veroorzaakt door onder andere hemolyse en ischemie-reperfusieschade, lijkt een belangrijke rol te spelen in de pathofysiologie van vaso-occlusie bij sikkelcelziekte. Toepassing van antioxidanten zou daarom een nieuw aangrijpingspunt kunnen zijn in de preventie van vaso-occlusieve crisen. In 2 pilotstudies bleek behandeling met het antioxidant N-acetylcysteïne (NAC) oxidatieve stress, hemolyse en vaso-occlusieve crisen significant te verminderen. In deze fase 3, placebogecontroleerde studie wordt onderzocht of NAC de frequentie van pijnklachten bij sikkelcelziekte kan verminderen.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2015;12:72–4)

Lees verder

INOVATE-studie: een gerandomiseerde fase 3-studie waarin inotuzumab ozogamicine wordt vergeleken met hoge dosis cytarabine bij volwassenen met een recidief CD22-positieve B-ALL

NTVH - 2015, nummer 1, january 2015

dr. A.W. Rijneveld , prof. dr. J.J. Cornelissen

SAMENVATTING

Patiënten met recidief B-cel acute lymfatische leukemie (B-ALL) hebben een slechte prognose. Behandeling met inotuzumab ozogamicine (IO) is een nieuwe, veelbelovende benadering, uitgaande van een anti-CD22- monoklonaal, waaraan het cytostaticum calicheamicine wordt gekoppeld. Na voorbereidende fase 2-studies is een fase 3-studie van start gegaan, waarin patiënten met een recidief CD22-positieve B-ALL kunnen worden behandeld met IO of met hoge dosis cytarabine. Het Erasmus Medisch Centrum participeert in deze wereldwijde studie, waarvoor patiënten vanuit Nederland kunnen worden doorverwezen. U kunt dan contact opnemen met Anita Rijneveld of Jan Cornelissen.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2015;12:34–7)

Lees verder

De nieuwe AML-studie voor volwassenen tot 66 jaar (HO132)

NTVH - 2014, nummer 8, december 2014

prof. dr. B. Löwenberg , prof. dr. G.J. Ossenkoppele

Samenvatting

De nieuwe HOVON-studie voor acute myeloïde leukemie (AML) voor volwassenen is in april 2014 geactiveerd. De studie draagt het nummer HO132 en is de opvolger van de HO102-studie die in het najaar van 2013 is gesloten en waarvan de analyse begin 2015 wordt verwacht. Na een periode van enkele maanden waarin geen HOVON-studie open was voor inclusie van patiënten met AML en hoogrisico-MDS tot 66 jaar, is er nu dus weer een nieuwe studie. Voor deze studie bestaat grote belangstelling. Behalve alle belangrijke Nederlandse centra, zullen ook centra uit België, Zwitserland, Zweden, Noorwegen, Estland, Litouwen en Finland meedoen aan deze fase 3-studie.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2014;11:368–71)

Lees verder

HOVON 81: fase 2-studie naar tolerantie en effectiviteit van de toevoeging van bevacizumab aan standaardtherapie voor patiënten met acute myeloïde leukemie

NTVH - 2014, nummer 5, july 2014

prof. dr. B. Löwenberg , prof. dr. G.J. Ossenkoppele

Samenvatting

Dit betreft een bewerking van het artikel ‘Addition of bevacizumab to chemotherapy in acute myeloid leukemia at older age: a randomized phase 2 trial of the Dutch-Belgian Cooperative Trial Group for Hemato- Oncology (HOVON) and the Swiss Group for Clinical Cancer Research (SAKK)’ door G.J. Ossenkoppele et al. verschenen in Blood.1

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2014;11:228–33)

Lees verder

Years: evaluatie van een vereenvoudigd diagnostisch algoritme bij verdenking van longembolie

NTVH - 2014, nummer 5, july 2014

dr. F.A. Klok , dr. H.V. Huisman , prof. dr. P.W. Kamphuisen , prof. dr. S. Middeldorp , drs. T. van der Hulle , drs. Y.W. Cheung

Samenvatting

Het huidige standaard diagnostisch algoritme voor verdenking van longembolie, dat begint met het berekenen van de Wells-regel, is zeer veilig, maar wordt in de drukke praktijk van alledag regelmatig verkeerd of in het geheel niet toegepast. Dit leidt aantoonbaar tot zowel overdiagnostiek als onderdiagnostiek, en daarmee tot een verminderde effectiviteit en veiligheid. De meest waarschijnlijke verklaring hiervoor is het feit dat de verdenking op een longembolie steeds laagdrempeliger wordt gesteld en dat het algoritme niet goed aansluit bij de klinische praktijk, omdat het relatief ingewikkeld en tijdrovend is. Om de klinische toepasbaarheid te verbeteren en de overdiagnostiek te verminderen is een nieuwe diagnostische beslisregel ontwikkeld die slechts uit 3 items bestaat: klinische symptomen van diepe veneuze trombose, hemoptoë en de klinische beoordeling ‘longembolie waarschijnlijker dan alternatieve diagnose’. Daarnaast wordt bij alle patiënten een D-dimeertest gedaan. Bij patiënten bij wie geen van deze 3 items aanwezig is, kan een longembolie veilig worden uitgesloten zonder CT-scan bij een D-dimeeruitslag <1.000 ng/ml; bij patiënten bij wie 1 tot 3 items aanwezig zijn kan dit bij een D-dimeeruitslag <500 ng/ml. Bij patiënten met een D-dimeertestuitslag boven de van toepassing zijnde D-dimeerafkapwaarde blijft een CT-scan geïndiceerd. Dit algoritme bespaart CT-scans en is veilig bevonden in een post-hoc-analyse van de Christopher- en Prometheus-studies. De veiligheid en efficiëntie van dit algoritme worden prospectief geëvalueerd in de Years-registratie.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2014;11:234–6)

Lees verder
X