OVERZICHTSARTIKELEN

Toekomstige gerichte behandelingsmogelijkheden voor testislymfoom

NTVH - 2017, nummer 7, october 2017

prof. dr. D. de Jong

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2017;14:310–1)

Lees verder

Behandeling van stadium I primair testiculair diffuus grootcellig B-cellymfoom

NTVH - 2017, nummer 7, october 2017

drs. C.R. van Rooijen , dr. M.E.D. Chamuleau

SAMENVATTING

Primair testislymfoom is een zeldzame ziekte met een hoog risico op extranodale relaps. Stadium I-ziekte wordt momenteel behandeld met drie kuren R-CHOP, bestraling van de contralaterale testis en centraalzenuwstelselprofylaxe. Op grond van de beschikbare literatuur adviseren wij dat stadium I-PTL behandeld dient te worden met zes in plaats van drie kuren R-CHOP.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2017;14:312–4)

Lees verder

Plaatsbepaling en overwegingen voor allogene hematopoëtische stamceltransplantatie bij geselecteerde patiënten met CLL

NTVH - 2017, nummer 7, october 2017

prof. dr. A.P. Kater , prof. dr. J. Schetelig , dr. L. de Wreede , dr. M. van Gelder

SAMENVATTING

Allogene hematopoëtische stamceltransplantatie (allo-HCT) als behandelmogelijkheid voor ‘relapsed/refractory’ chronische lymfatische leukemie (CLL) is op de achtergrond geraakt met de komst van de B-celreceptor-‘pathway’ (BCRi) en BCL2 (BCL2i)-remmers. Alhoewel er met deze middelen hoge remissiepercentages worden bereikt, kunnen mettertijd toch recidieven ontstaan of moet de behandeling vanwege bijwerkingen worden gestaakt, waardoor de prognose nadelig wordt beïnvloed. Het is dan met name voor de jongere CLL-patiënt van belang om allo-HCT als behandelmogelijkheid in gedachten te houden, vanwege de behoorlijke kans op langdurige progressievrije overleving. In dit artikel worden de resultaten van recent gepubliceerde EBMT-studies bediscussieerd die behulpzaam kunnen zijn bij het identificeren van die patiënten waarbij allo-HCT eerder of juist later zou kunnen worden overwogen vanwege het risico op behandeling-gerelateerde sterfte en de uitkomst op de langere termijn. Omdat de uitkomsten van allo- HCT beter zijn bij patiënten in remissie, worden ook de resultaten van de eerste prospectieve studie die de effectiviteit van remissie-inductie met immuunchemotherapie voorafgaande aan allo-HCT onderzocht (HOVON 88) samengevat, evenals preliminaire gegevens van het gebruik van BCRi voorafgaande aan allo-HCT. Ten slotte worden overwegingen gegeven voor het afwegen en timen van allo-HCT in het behandeltraject.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2017;14:315–24)

Lees verder

Goede afspraken zijn dringend nodig voor diagnostiek van CLL

NTVH - 2017, nummer 7, october 2017

prof. dr. A.P. Kater , dr. M. van Gelder

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2017;14:325–6)

Lees verder

Identificeren van hoogrisico-CLL-patiënten via analyse van TP53: de meerwaarde van ‘next-generation sequencing’ en SNP-‘array’

NTVH - 2017, nummer 7, october 2017

dr. A. Eijkelenboom , dr. D. Olde Weghuis , dr. L.I. Kroeze , dr. M.J. Stevens-Kroef , dr. P.J.T.A. Groenen , dr. S.A.J. Croockewit

SAMENVATTING

Patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL) en TP53-afwijkingen (chromosoom 17p-afwijkingen en/of TP53-mutaties) hebben een zeer ongunstige prognose en lijken meer baat te hebben bij kinaseremmers dan bij eerstelijns(immuun)chemotherapie. Het is daarom van groot belang dat de groep CLL-patiënten met TP53-afwijkingen correct wordt geïdentificeerd. Er zijn verschillende technieken beschikbaar om TP53-afwijkingen te kunnen aantonen. De voor- en nadelen van diverse technieken worden in dit artikel beschreven. Tevens wordt een overzicht gegeven van de TP53-afwijkingen die worden gezien bij CLL-patiënten met behulp van een gevoelige ‘next-generation sequencing’ (NGS)-techniek gecombineerd met SNP-‘array’-technologie.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2017;14:327–36)

Lees verder

IJzersuppletie bij anemie: minder is beter!

NTVH - 2017, nummer 7, october 2017

dr. C.T.B.M. van Deursen , dr. M. van Gelder

SAMENVATTING

Sinds jaar en dag bestaat ijzersuppletie bij ferriprieve anemie uit de toediening van driemaal per dag 100-200 mg ferrofumaraat of een vergelijkbaar preparaat. Deze behandeling gaat gepaard met veel bijwerkingen, waardoor de therapietrouw vaak te wensen overlaat. Van de totale hoeveelheid ijzer die op deze wijze wordt ingenomen, wordt slechts een klein deel in de dunne darm geabsorbeerd. Het ijzerregulerende peptide hepcidine speelt hierbij een belangrijke rol. Onderzoeken hebben aangetoond dat een veel lagere dosis ijzer volstaat om toch voldoende ijzer beschikbaar te hebben voor het herstel van anemie en opbouwen van ijzervoorraad. Daarbij gaat het innemen van een lagere dosis ijzer gepaard met significant minder bijwerkingen, hetgeen de therapietrouw ten goede komt. Dit heeft alles te maken met een toename in hepcidine en daardoor afnemende ijzerresorptie bij de inname van hogere doses. Wij bevelen dan ook aan om voor de behandeling van milde ijzergebreksanemie niet meer dan eenmaal daags 60 mg ferrofumaraat in suspensie (∼20 mg elementair ijzer) voor te schrijven.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2017;14:337–44)

Lees verder

Angio-oedeem: classificatie, diagnose en behandeling

NTVH - 2017, nummer 6, september 2017

dr. D.M. Cohn , prof. dr. S.S. Zeerleder

SAMENVATTING

Angio-oedeem ontstaat door een tijdelijk toegenomen vaatwandpermeabiliteit als gevolg van vrijgekomen vasoactieve mediatoren, zoals histamine of bradykinine. Wanneer angio-oedeem niet gepaard gaat met urticaria, kan men zeven vormen onderscheiden (vier verworven vormen en drie erfelijke vormen). Verworven angio-oedeem kan worden onderverdeeld in idiopathisch histaminerg angio-oedeem, idiopathisch non-histaminerg, angio-oedeem bij gebruik van angiotensine-converterend-enzymremmers (ACE-remmers) en een verworven C1-esteraseremmerdeficiëntie. Erfelijke vormen zijn hereditaire C1-esteraseremmerdeficiëntie, factor XII-geassocieerd hereditair angio-oedeem en idiopathisch hereditair angio-oedeem. Tot de huidige therapeutische mogelijkheden van bradykinerg angio-oedeem behoren medicijnen die de C1-esteraseremmerconcentratie verhogen (danazol, C1-esteraseremmerconcentraat), remming van plasmine-geïnduceerde factor XII-activatie (tranexaminezuur) en een bradykinine-2-receptorantagonist. Toekomstige therapieën richten zich op remming van andere componenten van de contactactivatieroute en eenvoudigere toedieningsroutes van C1-esteraseremmerconcentraat.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2017;14:282–7)

Lees verder
X