CASUÏSTIEK

Casus met acute lymfatische leukemie: er is meer dan de WHO-richtlijnen doen vermoeden

NTVH - 2021, nummer 3, april 2021

prof. dr. A.W. Langerak , dr. J.J.B.C. van Beers , drs. M. Abdul Hamid , dr. M. van Gelder , dr. N.C.J. de Wit , dr. V.H.J. van der Velden

SAMENVATTING

Een klein percentage van de acute leukemieën betreft leukemieën die geen duidelijke tekenen van differentiatie passend bij een enkele cellijn tonen. Hieronder vallen naast acute ongedifferentieerde leukemie de gemengd-fenoptypische acute leukemieën (MPAL), waarbij immature cellen antigenen tot expressie brengen van meer dan één cellijn. Hier presenteren we een casus waarin zowel voorloper-B- als voorloper-T-cellen worden gevonden met zowel flowcytometrie als immuunhistochemie op bloed, beenmerg en in een lymfeklierbiopt. De klonaliteitsanalyse laat een klonale TCRB- en TCRG-genherschikking zien, echter deze analyse geeft geen uitsluitsel over de betrokken cellijn.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2021;18:118-23)

Lees verder

Tumorlysissyndroom bij CLL behandeld met FCR-kuren

NTVH - 2021, nummer 2, march 2021

dr. G.J. Timmers , dr. H.J. Voerman , dr. M.J. Wondergem , drs. S.E. Deurvorst

SAMENVATTING

Tumorlysissyndroom (TLS) is een potentieel levensbedreigende complicatie van de behandeling van hematologische maligniteiten. FCR-kuren (fludarabine, cyclofosfamide en rituximab) blijven ook in de nieuwste richtlijn een belangrijke eerstelijnsbehandeling voor fitte patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL). Bij de behandeling van CLL met deze vorm van immuunchemotherapie is het risico op TLS weliswaar klein (0,25–2,1%), maar klinisch relevant. In dit artikel worden twee casus beschreven waarbij ernstig TLS optrad na toediening van de eerste kuur FCR. Aan de hand van deze casuïstiek beschrijven wij de risicofactoren voor het optreden van TLS en maatregelen die kunnen worden ingezet om TLS te voorkomen, als ook hoe te handelen als TLS toch optreedt. Dat blijft maatwerk en de winst van een dergelijke aanpak dient te worden afgewogen tegen potentiële bijwerkingen.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 20210;18:86-92)

Lees verder

Eculizumab bij de behandeling van transplantatie-geassocieerde trombotische microangiopathie

NTVH - 2021, nummer 1, january 2021

dr. L.F.J. van Groningen , drs. M. Bosch , prof. dr. N.M.A. Blijlevens , dr. S.M. Langemeijer , dr. W.J.F.M. van der Velden

SAMENVATTING

Transplantatie-geassocieerde trombotische microangiopathie (TA-TMA) is een ernstige complicatie die optreedt bij patiënten na een allogene hematopoetische stamceltransplantatie (HCT) en gepaard gaat met een hoge mortaliteit en morbiditeit. De pathofysiologie van TA-TMA is erg complex en wordt beschreven in een driefasenmodel: de initiatiefase, de progressiefase en de hemolysefase. Daarin staan centraal het optreden van endotheelschade, complementactivatie en vorming van microtrombi in capillairen van organen zoals nieren, darmen en hersenen. Op dit moment bestaat er geen standaardbehandeling voor TA-TMA. Bij veel toegepaste behandelingen zoals plasmaferese, rituximab en defibrotide ontbreekt onomstotelijk bewijs voor effectiviteit. De hoeksteen van de behandeling is dan ook gericht op ondersteunende zorg en het behandelen van de diverse oorzakelijke en onderhoudende factoren zoals infecties en graft-versus-hostziekte. Nieuwe inzichten ten aanzien van de rol van complementactivatie bij TA-TMA heeft geleid tot nieuwe behandelmogelijkheden. Eculizumab, een recombinant gehumaniseerd monoklonaal IgG-antilichaam dat bindt aan het humane complementeiwit C5 en daarmee activering van het terminale complement remt, is recentelijk met succes toegepast bij de behandeling van TA-TMA bij kinderen na HCT. Gegevens bij volwassen patiënten zijn nog beperkt, maar aanvullende onderzoeken die de effectiviteit en veiligheid van complementmodulerende behandelingen bij TA-TMA zullen bepalen zijn reeds geïnitieerd.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 20210;18:35-41)

Lees verder

Vincristine-geïnduceerde stembandparese: een zeldzame maar gevaarlijke complicatie

NTVH - 2021, nummer 1, january 2021

dr. A.J.N. Bittermann , dr. H. Bruijnzeel , drs. H.P.H. Hundscheid , drs. J.E. Swartz , prof. dr. P.M. Hoogerbrugge , prof. dr. R. de Bree

SAMENVATTING

Deze casus beschrijft een driejarige patiënte die heesheid en stridor ontwikkelde tijdens haar behandeling voor een pre-B acute lymfatische leukemie. Na beoordeling door de KNO-arts bleek dit te berusten op een bilaterale stembandstilstand veroorzaakt door behandeling met vincristine. Vanwege respiratoire insufficiëntie werd zij geïntubeerd en onderging zij een stembandlateralisatie. Met behulp van CPAP kon zij na drie weken uiteindelijk gedetubeerd worden. De vincristine-dosis werd gedurende de verdere behandeling gehalveerd waardoor de behandeling succesvol kon worden afgemaakt. Vincristine-geïnduceerde stembandstilstand is een zeldzame maar potentieel levensbedreigende complicatie. In dit artikel presenteren wij een overzicht van alle in de literatuur beschreven kinderen met deze aandoening. Samenvattend adviseren wij dat bij behandeling van een kind met vincristine waarbij stridor of heesheid ontwikkelt, laagdrempelig de (kinder-)KNO-arts in consult gevraagd dient te worden om de beweeglijkheid van de stembanden te beoordelen. De overwegingen voor aanpassen van doseringen en (luchtweg)interventie is een multidisciplinaire aangelegenheid tussen kinderoncoloog, KNO-arts, anesthesist en intensivist.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 20210;18:29-34)

Lees verder

Een Jehova’s getuige met diepe anemie bij hevig vaginaal bloedverlies

NTVH - 2020, nummer 8, december 2020

drs. B. Rook , dr. B.W. Schot , drs. M. van Heeswijk

SAMENVATTING

Een 35-jarige vrouw bezocht de Spoedeisende Hulp met diepe anemie bij vaginaal bloedverlies. Hierbij had zij een hemoglobinegehalte van 1,9 mmol/l. De vrouw was lid van de Jehova’s gemeenschap en weigerde op religieuze gronden bloedtransfusie. In overleg met patiënte werd overgegaan tot een spoedendometriumablatie en postoperatief werd de patiënte opgenomen op de intensive care. Hier herstelde zij langzaam. Er bestaan verschillende patiëntengroepen die op diverse gronden geen bloedtransfusie als behandeling wensen. Voor zowel patiënten als hulpverleners kan dit een confronterende gebeurtenis zijn, waarvoor ook aandacht en ondersteuning moet zijn. Voor patiënten die bloedtransfusie weigeren zijn er verschillende mogelijkheden, onder andere prohemostatische medicatie, het gebruik van ‘cell savers’ en adequate behandeling van het bloedingsfocus zoals een angiografische embolisatie of chirurgische interventie. In electieve situaties bestaan er zelfs speciale centra die deze technieken zich eigen hebben gemaakt. In acute situaties is het, zoals deze casus schetst, ook belangrijk om aandacht te hebben voor individuele patiëntwensen en te zoeken naar alternatieve mogelijkheden indien een patiënt een behandeling weigert.

(NED TIJSCHR HEMATOL 2020;17:359-63)

 

Lees verder

De betekenis van interleukine-6 (IL-6) bij het ontstaan van anemie en trombocytose bij een patiënt met ziekte van Waldenström

NTVH - 2020, nummer 7, october 2020

drs. C. Derichs , prof. dr. J.H. Veelken , dr. L.Th. Vlasveld

SAMENVATTING

We presenteren een patiënt met meerdere episodes van ziekteactiviteit van een lymfoplasmacytair lymfoom (LPL) gekarakteriseerd door verhoogde IgM-spiegels en constitutionele klachten, anemie en trombocytose in samenhang met hypoalbuminemie en verhoogde spiegels van C-reactief proteïne (CRP), ferritine en interleukine-6 (IL-6). Het cytokine IL-6 speelt mogelijk een cruciale rol in de ontwikkeling en het biologisch gedrag van de LPL als gevolg van autocriene en paracriene activiteit. Deze casus illustreert dat anemie bij LPL het gevolg kan zijn van een door IL-6 veroorzaakte inflammatoire reactie.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:294-8)

Lees verder

Erytrocytose door testosterongebruik in de sportschool

NTVH - 2020, nummer 6, september 2020

dr. L.Th. Vlasveld

SAMENVATTING

Een sportschoolbezoeker presenteert zich met erytrocytose door testosterongebruik. Testosteron leidde tot stijging van de erytropoëtine (epo)-spiegel en daling van het ijzerregulerend eiwit hepcidine. Toediening van testosteron leidt tot toegenomen erytropoëse door een direct effect van testosteron op de erytroïde voorlopercel, waarbij de door androgenen geïnduceerde verhoogde serum-epo-concentratie een additief effect heeft. Het indirecte remmend effect op het hepcidine resulteert in een toegenomen beschikbaarheid van ijzer voor de erytroïde cel met toegenomen ijzerincorporatie door de erytroïde cel.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:249-53)

Lees verder
X