Articles

TWEEDELIJNS BEHANDELOPTIE BIJ R/R DLBCL MET TAFASITAMAB EN LENALIDOMIDE LANGDURIG EFFECTIEF EN GOED VERDRAGEN

NTVH - 2023, nummer Special, juni 2023

Drs. Diede Smeets , drs. Peter van Rijn

Diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) is het meest voorkomende subtype van non- Hodgkin lymfoom en is ieder jaar verantwoordelijk voor 25-45% van de nieuwe patiënten.1 De eerstelijnsbehandeling bestaat uit rituximab met cyclofosfamide, doxorubicine, prednison en vincristine (R-CHOP).2 Ongeveer 35-40% van de patiënten is echter refractair of heeft een recidief na een initiële respons op deze behandeling.3 Effectieve en verdraagbare behandelopties voor deze recidiverende/refractaire (R/R) groep zijn beperkt, met name voor patiënten die niet in aanmerking komen voor een autologe stamceltransplantatie (ASCT).2,3 De mediane algehele overleving voor deze groep is 6-12 maanden.2 De analyse van de 5-jaars resultaten van de fase II-studie L-MIND laat zien dat de combinatie van tafasitamab plus lenalidomide een nieuwe effectieve therapeutische optie biedt bij patiënten met R/R DLBCL, die niet in aanmerking komen voor ASCT.

Lees verder

GUNSTIGE LANGETERMIJNUITKOMSTEN NA RESPONSAFHANKELIJKE DOSISREDUCTIE VAN PONATINIB BIJ CP-CML

NTVH - 2023, nummer Special, juni 2023

Marjolein Haakman-Groot , drs. Peter van Rijn

Bij patiënten met chronische myeloïde leukemie in de chronische fase (‘chronic-phase chronic myeloid leukemia’, CP-CML) die resistentie ontwikkelen tegen een 2e generatie tyrosinekinaseremmer (‘tyrosine kinase inhibitor’, TKI), wordt de overstap naar een 3e generatie TKI geadviseerd. Daarbij ligt een uitdaging in het bepalen van een optimale toediening met het oog op de gewenste respons en de te vermijden toxiciteit. Een recent bijgewerkte analyse van 3-jaars resultaten van de fase II-studie OPTIC laat zien dat met een nieuw doseringsschema voor ponatinib een optimale baten-risicoverhouding wordt bereikt. Dit schema start met een dosering van 45 mg ponatinib per dag gevolgd door een dosisverlaging naar 15 mg per dag na het bereiken van een BRC-ABL ≤1%-respons.

Lees verder

OPTIMALE DOSERING VAN RUXOLITINIB BIJ PATIËNTEN MET EEN MYELOPROLIFERATIEVE NEOPLASIE

NTVH - 2023, nummer Special, juni 2023

drs. Peter van Rijn

Ruxolitinib (Jakavi®) is o.a. geïndiceerd voor de behandeling van aan de ziekte gerelateerde splenomegalie of symptomen bij volwassen patiënten met primaire myelofibrose en voor de behandeling van volwassen patiënten met polycythemia vera die resistent zijn tegen hydroxycarbamide of die dit middel niet verdragen.1 Dit zijn aandoeningen die behoren tot de groep van Philadelphia chromosoom-negatieve myeloproliferatieve neoplasieën (MPN). De dosering van ruxolitinib vraagt met name bij MF om een grote mate van zorgvuldigheid. Dosisaanpassing dient plaats te vinden op geleide van de werkzaamheid en de veiligheid, waarbij vooral het ontstaan van behandelingsgerelateerde cytopenieën dient te worden beperkt. Dr. Moniek de Witte (hematoloog, UMC Utrecht) deelt haar inzichten in de behandeling met ruxolitinib bij MF en PV.

Lees verder

HUIDIGE ONTWIKKELINGEN IN DE BEHANDELING VAN ACUTE LYMFATISCHE LEUKEMIE BIJ KINDEREN

NTVH - 2023, nummer Special, juni 2023

drs. Peter van Rijn

De prognose van nieuw gediagnosticeerde acute lymfatische leukemie bij kinderen is over het algemeen gunstig. Conventionele behandeling heeft bij deze groep geleid tot aanzienlijke verbetering van het genezingspercentage. Toch krijgt een derde van deze patiënten te maken met een recidief of refractaire ziekte en dat vormt een belangrijke oorzaak van sterfte door kinderkanker. In dit artikel wordt de huidige situatie beschreven van enkele opkomende therapeutische modaliteiten, die erop zijn gericht om de effectiviteit van de behandeling van ALL verder te verbeteren en bijwerkingen van conventionele chemotherapie te verminderen.1

Lees verder

GENTHERAPIE: EEN REVOLUTIONAIRE BEHANDELING

NTVH - 2023, nummer Special Gentherapie & Hemofilie, mei 2023

Drs. Annemiek Dekker , drs. Peter van Rijn

Hemofilie is een zeldzame X-gebonden recessief overerfelijke aandoening waarbij een tekort aan stollingsfactoren leidt tot spontane bloedingen. De huidige behandeling bestaat uit regelmatige toediening van stollingsfactoren. Deze behandelwijze heeft als nadeel dat er nog altijd bloedingen kunnen optreden, dat het niet gericht is op genezing, hoge kosten met zich meebrengt en gepaard gaat met complicatierisico’s, waaronder infecties en allergische reacties. Gentherapie biedt deze patiënten een perspectief op een langetermijneffect met de mogelijkheid op functionele genezing. In dit artikel wordt een algemeen overzicht gegeven van de huidige wetenschappelijke inzichten, mogelijkheden en beperkingen met betrekking tot gentherapie bij hemofilie.

Lees verder