Home » Tijdschriftartikelen » Overzichtsartikelen » Extranodaal NK/T-cellymfoom nasaal type: diagnostiek en behandeling

Extranodaal NK/T-cellymfoom nasaal type: diagnostiek en behandeling

Door:
drs. J.A. van Doesum
drs. J.A. van Doesum

internist-hematoloog, afdeling Hematologie, UMC Groningen

Meer informatie en artikelen van deze auteur
prof. dr. G.A. Huls
prof. dr. G.A. Huls

hoogleraar, internist-hematoloog, afdelingshoofd Hematologie, afdeling Hematologie, UMC Groningen

voorheen internist-hematoloog, afdeling Hematologie, Radboudumc

Meer informatie en artikelen van deze auteur
dr. A. Diepstra
dr. A. Diepstra

patholoog, afdeling Pathologie en Medische Biologie, UMC Groningen

Meer informatie en artikelen van deze auteur
drs. M. Beijert
drs. M. Beijert

radiotherapeut-oncoloog, afdeling Radiotherapie, UMCG

Meer informatie en artikelen van deze auteur
dr. T. van Meerten
dr. T. van Meerten

internist-hematoloog, afdeling Hematologie, UMCG Comprehensive Cancer Center

Meer informatie en artikelen van deze auteur
dr. M. Nijland
dr. M. Nijland

internist-hematoloog, afdeling Hematologie, Universitair Medisch Centrum Groningen

voorheen internist-hematoloog, projectcoördinator HOVON 130/HOVON 900, afdeling Hematologie, Universitair Medisch Centrum Groningen

Meer informatie en artikelen van deze auteur

SAMENVATTING

Het extranodaal NK/T-cellymfoom, nasaal type (ongeveer 10% van de rijpe T-cel-maligniteiten), is een agressief lymfoom dat sterk geassocieerd is met het Epstein-Barr-virus (EBV). Het komt vooral voor in Azië en Midden- en Zuid-Amerika. In Europa is de incidentie laag met in Nederland 5–10 casus per jaar. Voor de diagnostiek zijn een plasma-EBV-PCR en beeldvorming door middel van PET/CT- en MRI-nasofarynx van belang. In het UMCG behandelen we volgens het volgende protocol. In stadium I/II is radiotherapie de belangrijkste behandeling. Bij hoogrisicostadium I/II (stadium II, leeftijd >60 jaar, verhoogd LDH, ECOG ≥2, tumorinvasie in omgevende structuren) moet dit worden gecombineerd met chemotherapie. De beste overleving wordt bereikt met asparaginase-bevattende therapie. Wij geven voor deze groep de voorkeur aan twee SMILE-kuren (methotrexaat, ifosfamide, etoposide, dexamathason en asparaginase), gevolgd door radiotherapie 50–56 Gy en vervolgens nogmaals twee SMILE-kuren. Bij een gevorderd lymfoom, stadium III/IV, gaat de voorkeur uit naar drie SMILE-kuren gevolgd door een autologe stamceltransplantatie. Allogene stamceltransplantatie is alleen te overwegen bij een recidief of zeer moeizaam bereikte complete remissie. (NED TIJDSCHR HEMATOL 2019;16:382–9)
Om het volledige artikel te kunnen lezen, heeft u de volgende mogelijkheden:


* (dit is alleen mogelijk voor Medisch Specialisten en artsen in opleiding tot medisch specialist met BIG nr. met voorschrijfbevoegdheid werkzaam binnen de hematologie in Nederland)

Koop nu voor €1,80 Inclusief 21% BTW
Deze PDF is eigendom van NTvH uitgegeven door Ariez B.V. en mag niet elders worden gepubliceerd of gebruikt.
Ontvang ook onze nieuwsbrief per mail: Inschrijven
© 2021 NTVH
X

Deze website gebruikt cookies voor de juiste werking en om de bezoeker de beste gebruikservaring te geven. Wij gebruiken geen cookies om u te volgen voor marketing doeleinden. Klik op de 'Accepteer' knop om hiermee in te stemmen.