Articles

COVID-19-vaccinatie bij immuungecompromitteerde patiënten met hematologische aandoeningen

NTVH - jaargang 19, nummer 5, juli 2022

drs. S. Haggenburg , drs. Q. Hofsink , dr. A. Broers , drs. J. van Doesum , dr. C. van Elssen , dr. R. van Binnendijk , dr. G. den Hartog , dr. J. Heijmans , dr. P. Mutsaers , dr. T. van Meerten , dr. S. Halkes , prof. dr. M. Heemskerk , dr. B. Goorhuis , dr. C. Rutten , prof. dr. M. Hazenberg , dr. I.S. Nijhof

SAMENVATTING

Patiënten met een hematologische aandoening hebben een verhoogd risico op een ernstig beloop van en overlijden aan een infectie met ‘severe acute respiratory syndrome coronavirus 2’ (SARS-CoV-2). Begin 2021 werden deze patiënten in Nederland daarom met voorrang gevaccineerd tegen SARS-CoV-2. Het was echter onduidelijk of SARS-CoV-2-vaccinaties bij deze patiënten bescherming zouden bieden tegen het ‘coronavirus disease 19’ (COVID-19), gezien de immuundeficiënties die worden veroorzaakt door hematologische aandoeningen of de behandeling ervan. Inmiddels hebben de meeste patiënten met een hematologische aandoening ten minste drie vaccinaties gekregen. Cohortstudies in binnen- en buitenland hebben laten zien dat een substantieel deel van de immuungecompromitteerde patiënten met een hematologische aandoening toch een antistofconcentratie boven de veronderstelde beschermingsgrens weet te bereiken na een basisschema van twee mRNA-vaccinaties. Een derde vaccinatie bracht bij het merendeel van de patiënten de antistofconcentraties zelfs tot een niveau vergelijkbaar met dat van gezonde volwassenen na twee vaccinaties. Het basisschema voor COVID-19-vaccinatie moet daarom voor patiënten met hematologische aandoeningen bestaan uit drie in plaats van twee mRNA-vaccinaties. Patiënten na allogene hematopoëtische stamceltransplantatie (HCT) en andere B-celgedepleteerde patiënten dienen gerevaccineerd te worden na voldoende herstel van het immuunsysteem. Het aantal doses en de exacte timing van revaccinatie moeten nog worden vastgesteld. De observaties dat redelijk tot goede antistofconcentraties worden bereikt bij patiënten met verlaagde B-celaantallen of andere immuundeficiënties (bijvoorbeeld als gevolg van ruxolitinib of ibrutinib) en het feit dat goede T-celimmuniteit wordt opgebouwd ook in afwezigheid van B-cellen, geeft aan dat SARS-CoV-2-vaccinaties niet moeten worden uitgesteld bij patiënten tijdens of kort na behandeling in verband met een hematologische aandoening.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2022;19:217–23)

Lees verder

De rol van de landelijke CAR-T-tumorboard

NTVH - 2021, nummer CAR T special, may 2021

drs. A.M. Spanjaart , prof. dr. M.J. Kersten , Prof, dr. M.C. Minnema , dr. M. Jak , dr. P.J. Lugtenburg , dr. P.G.N.J. Mutsaers , drs. J.A. van Doesum , dr. L. Groneck , dr. I.S. Nijhof , dr. M.W.M. van der Poel , dr. J.S. Vermaat , dr. S. van Dorp , dr. T. van Meerten

CAR T-celbehandeling ontwikkelt zich in een razend tempo en is sinds mei 2020 in Nederland onderdeel van de standaardbehandeling voor patiënten met een recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom (R/R DLBCL, waaronder ook hooggradig B-cellymfoom, getransformeerd folliculair lymfoom en primair mediastinaal B-cellymfoom) behandeld met minstens twee eerdere systemische behandellijnen. De behandeling is echter kostbaar en intensief. Het is daarom belangrijk dat een zorgvuldige afweging wordt gemaakt voor wie de behandeling zinvol en veilig is.

Lees verder

CD19-gerichte CAR-T-celbehandeling voor DLBCL in Nederland en de rol van de landelijke CAR-T-tumorboard: wat is anti-CD19-CAR-T-celbehandeling en komt mijn patiënt hiervoor in aanmerking?

NTVH - 2021, nummer 2, march 2021

drs. A.M. Spanjaart , prof. dr. M.J. Kersten , Prof, dr. M.C. Minnema , dr. M. Jak , dr. P.J. Lugtenburg , dr. P.G.N.J. Mutsaers , drs. J.A. van Doesum , dr. L. Groneck , dr. I.S. Nijhof , dr. M.W.M. van der Poel , dr. J.S. Vermaat , dr. S. van Dorp , dr. T. van Meerten

SAMENVATTING

Anti-CD19-CAR-T-celbehandeling is een nieuwe innovatieve behandeling voor patiënten met een recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL, waaronder ook hooggradig B-cellymfoom, getransformeerd folliculair lymfoom en primair mediastinaal B-cellymfoom). Sinds 1 mei 2020 wordt axicabtagene ciloleucel (axi-cel, Yescarta) volledig vergoed vanuit het basispakket en wordt deze behandeling gegeven in gekwalificeerde academische ziekenhuizen. Axi-cel is geregistreerd op basis van de ZUMA-1-studie, waarbij patiënten met een snel recidief of refractair DLBCL na minimaal twee eerdere lijnen systeemtherapie werden behandeld en de 2-jaars progressievrije overleving bijna 40% was. De productie van CAR-T-cellen is tijdrovend, logistiek complex en er is vaak een overbruggende therapie nodig tussen afname van de T-cellen en teruggave van de CAR-T-cellen. De bijwerkingen kunnen hevig zijn en dienen te worden opgevangen door een multidisciplinair team. Gezien de kostbaarheid en complexiteit van de behandeling en de wens doelmatige en effectieve zorg te leveren is een landelijke CAR-T-tumorboard opgericht. Hieraan nemen vertegenwoordigers van de CAR-T-behandelcentra deel en hierin worden alle verwezen patiënten besproken. In dit artikel wordt de werkwijze van de tumorboard beschreven, welke patiënten in aanmerking komen voor anti-CD19-CAR-T-celbehandeling en hoe patiënten kunnen worden verwezen. Tevens geven we een overzicht van de patiënten die sinds het voorjaar zijn verwezen voor behandeling met axi-cel en blikken vooruit op geplande studies.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2021;18:68-76)

Lees verder

Ibrutinib-onthoudingssyndroom bij de ziekte van Waldenström

NTVH - 2020, nummer 5, july 2020

drs. F.O. Meeuwes , dr. M. Nijland , drs. Y.H. Tromp , dr. T. van Meerten , prof. dr. G.A. Huls

SAMENVATTING

Ibrutinib is een irreversibele remmer van Brutons tyrosinekinase (BTK), geregistreerd voor de behandeling van chronische lymfatische leukemie (CLL), mantelcellymfoom (MCL) en de ziekte van Waldenström. Bij patiënten met de ziekte van Waldenström kan bij staken van ibrutinib een onthoudingssyndroom optreden. Dit fenomeen treedt bij ongeveer 20% van de patiënten binnen twee dagen na staken van ibrutinib op. Hierbij kunnen symptomen als koorts (86%), spierpijn (50%), nachtzweten (28%), artralgieën (23%), rillingen (18%), hoofdpijn (18%) en vermoeidheid (9%) ontstaan. Patiënten met een CXCR4-mutatie of een IgM >40 g/l voor start van ibrutinib hebben een lagere kans op het ontwikkelen van dit syndroom, in tegenstelling tot patiënten die een ‘very good partial response’ (VGPR) bereikten op ibrutinib. Wanneer ibrutinib wordt herstart, verdwijnen de symptomen snel. Bij CLL en MCL wordt het ibrutinib-onthoudingssyndroom niet beschreven. De etiologie is nog onduidelijk.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:215-7)

Lees verder

Extranodaal NK/T-cellymfoom nasaal type: diagnostiek en behandeling

NTVH - 2019, nummer 8, november 2019

drs. J.A. van Doesum , prof. dr. G.A. Huls , dr. A. Diepstra , drs. M. Beijert , dr. T. van Meerten , dr. M. Nijland

SAMENVATTING

Het extranodaal NK/T-cellymfoom, nasaal type (ongeveer 10% van de rijpe T-cel-maligniteiten), is een agressief lymfoom dat sterk geassocieerd is met het Epstein-Barr-virus (EBV). Het komt vooral voor in Azië en Midden- en Zuid-Amerika. In Europa is de incidentie laag met in Nederland 5–10 casus per jaar. Voor de diagnostiek zijn een plasma-EBV-PCR en beeldvorming door middel van PET/CT- en MRI-nasofarynx van belang. In het UMCG behandelen we volgens het volgende protocol. In stadium I/II is radiotherapie de belangrijkste behandeling. Bij hoogrisicostadium I/II (stadium II, leeftijd >60 jaar, verhoogd LDH, ECOG ≥2, tumorinvasie in omgevende structuren) moet dit worden gecombineerd met chemotherapie. De beste overleving wordt bereikt met asparaginase-bevattende therapie. Wij geven voor deze groep de voorkeur aan twee SMILE-kuren (methotrexaat, ifosfamide, etoposide, dexamathason en asparaginase), gevolgd door radiotherapie 50–56 Gy en vervolgens nogmaals twee SMILE-kuren. Bij een gevorderd lymfoom, stadium III/IV, gaat de voorkeur uit naar drie SMILE-kuren gevolgd door een autologe stamceltransplantatie. Allogene stamceltransplantatie is alleen te overwegen bij een recidief of zeer moeizaam bereikte complete remissie.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2019;16:382–9)

Lees verder

Trombocytopenie is soms niet wat het lijkt

NTVH - 2018, nummer 3, april 2018

drs. M.E.H. Koopman , dr. M. van Kruchten , drs. C.L.E. Hazenberg , dr. T. van Meerten , dr. M.R. de Groot , dr. A. Diepstra , dr. C.J. Doorenbos , drs. J.J. Wegman , dr. G. Choi

SAMENVATTING

Trombocytopenie is een klinische bevinding die bijna altijd leidt tot een hematologische consultatie. Wij presenteren twee casus van patiënten met anemie en uitgesproken trombocytopenie, ieder met een werkdiagnose die noopte tot spoedeisende hematologische diagnostiek en empirische behandeling. Aanvullende anamnese, beeldvormend en beenmergonderzoek leidden tot onverwachte diagnosen. De hematoloog speelt een belangrijke rol bij patiënten die zich presenteren met een trombocytopenie, maar dient alert te zijn op diagnosen buiten het eigen subspecialistische aandachtsgebied.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2018;15:121–4)

Lees verder

HOVON 133, Triangle-studie: een internationale studie van het Europese Mantelcelnetwerk naar de effectiviteit van standaardinductie R-CHOP/R-DHAP, autologe stamceltransplantatie en rituximab onderhoud, versus ibrutinib-R-CHOP/R-DHAP, autologe stamceltransplantatie, rituximab en ibrutinib onderhoud, versus ibrutinib-R-CHOP/R-DHAP, met rituximab en ibrutinib onderhoud (zonder autologe stamceltransplantatie)

NTVH - 2018, nummer 3, april 2018

dr. J.K. Doorduijn , dr. T. van Meerten

SAMENVATTING

De HOVON 133-studie (autologe stamceltransplantatie na rituximab/ibrutinib/ara-C bevattende inductie voor behandeling van gegeneraliseerd mantelcellymfoom – een gerandomiseerde studie van het Europese MCL-netwerk) onderzoekt de rol van ibrutinib in de eerste lijn bij patiënten <65 jaar, tijdens inductie en onderhoudsfase. In een van de groepen wordt onderzocht of na toevoeging van ibrutinib aan de standaardinductie consolidatie met autologe stamceltransplantatie niet meer nodig is. Deze driearmige studie is in oktober 2017 geopend voor inclusie in Nederland.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2018;15:129–31)

Lees verder
X