Hoe goed werken de coronavaccins bij mensen in risicogroepen? Sinds begin dit jaar vinden er onder aansturing van ZonMW acht onderzoeken plaats om dat uit te vinden. Zijn de vaccins even effectief bij kankerpatiënten, nierpatiënten, mensen met HIV, transplantatiepatiënten? Gaandeweg beginnen er antwoorden op die vragen te komen, en het lijkt er sterk op dat juist bij deze risicogroepen de vaccins minder bescherming bieden. Deze week presenteerden onderzoekers van UMCG in Groningen resultaten van twee onderzoeken bij mensen die een nier- of longtransplantatie hebben ondergaan.

Extra vatbaar

Wie een orgaantransplantatie ondergaat krijgt vervolgens immuunremmende medicijnen voorgeschreven die moeten voorkomen dat het nieuwe orgaan wordt afgestoten. Die medicijnen moeten mensen gedurende hun hele leven in blijven nemen, en dat betekent dus ook dat zij extra vatbaar zijn voor allerlei infecties. Een COVID-19 infectie is voor hen extra gevaarlijk omdat de kans groot is op een ernstig ziekteverloop.

In Nederland leven naar schatting ruim 500.000 mensen met een verzwakt afweersysteem, die een verhoogd risico lopen tijdens de pandemie, en die feitelijk al sinds begin 2020 in een strenge quarantaine leven. Zij werden dan ook samen met de ouderen als eersten gevaccineerd. Maar de effectiviteit van de vaccins was nooit goed onderzocht bij risicogroepen; de grote klinische studies maakten hoofdzakelijk gebruik van gezonde proefpersonen. Mensen met een verzwakt afweersysteem, bijvoorbeeld vanwege een aangeboren ziekte, vanwege immuunremmende medicatie of vanwege een kankerbehandeling, werden niet in deze studies meegenomen.

Longtransplantatie

In Groningen is de werking van de vaccins onderzocht bij mensen die een long- of niertransplantatie hadden ondergaan of die voor kanker behandeld worden. Het blijkt dat de vaccins bij de longtransplantatiepatiënten weinig effect hebben, en dat er nauwelijks afweerstoffen tegen COVID-19 worden aangemaakt. Juist deze patiënten lopen daar bovenop een verhoogd risico omdat COVID-19 de luchtwegen aantast. Dat maakt een coronabesmetting voor longtransplantatiepatiënten een stuk gevaarlijker dan voor gezonde mensen. Ze hebben een grotere kans om op de IC te belanden en om te overlijden.

Nierpatiënten

Ook naar de werking van de vaccins bij nierpatiënten is in Groningen onderzoek gedaan. Bij de mensen die een niertransplantatie hebben ondergaan –circa 12.000 mensen in Nederland- worden net als bij longtransplantaties immuunonderdrukkende medicijnen ingezet, en ook bij deze groep wordt gezien dat er minder afweerstoffen worden aangemaakt na een vaccinatie. Bij 67% van deze groep worden nauwelijks tot geen afweerstoffen aangetroffen. Het gaat hierbij meestal om patiënten die kortgeleden een transplantatie hebben gekregen, patiënten met een lagere nierfunctie, patiënten die meerdere afweeronderdrukkende medicijnen gebruiken en om patiënten die afweeronderdrukkende medicijnen met de stof MMF gebruiken. Patiënten met nierfalen en dialysepatiënten blijken wel baat bij de vaccins te hebben. Zij blijken na twee inentingen wel voldoende antistoffen aangemaakt te hebben.

Of het zinvol is om deze patiënten een derde of zelfs vierde vaccinatie te geven moet nog worden onderzocht. In Canada zijn er al onderzoeken gedaan en daar lijkt het erop dat dergelijke ‘boosters’ wel het gewenste effect hebben. Een andere optie kan zijn om tijdelijk met de immuunonderdrukkende medicatie te stoppen en dan pas te vaccineren.

Groepsimmuniteit

De Groningse onderzoekers stellen wel vast dat de enige manier om de extra kwetsbare patiënten te beschermen toch groepsimmuniteit is. Tot dat moment is quarantaine voor hen de enige manier om zichzelf te beschermen. Longtransplantatiearts Erik Verschuuren: “Er blijft uiteindelijk een grote groep patiënten die we niet kunnen beschermen tegen corona. In de discussie over de vrijheid die iedereen in Nederland heeft om zich wel of niet te laten vaccineren, blijft dit onderbelicht. Deze patiënten zijn vaak de wanhoop nabij, de vrijheid die zij inleveren duurt maar voort.”

Acht studies

ZonMW is begin 2021 in een aantal samenwerkende ziekenhuizen gestart met acht studies bij mensen in risicogroepen. Dat zijn:

  • Patiënten met auto-immuunziekten die worden behandeld met afweeronderdrukkende geneesmiddelen,
  • Patiënten met primaire immuundeficiënties of immuunstoornissen,
  • Kankerpatiënten (solide tumoren) die worden behandeld met chemotherapie en/of immuuntherapie,
  • Patiënten met bloedkanker,
  • Niergetransplanteerde en dialyse-patiënten,
  • Long-getransplanteerden,
  • HIV- patiënten
  • Mensen met het syndroom van Down.

Meer informatie

Lees het persbericht van UMCG

Lees het persbericht van ZonMW