Een bloeduitstorting nadat er bloed afgenomen is, komt bij veel mensen voor. Het is op zich geen gevaarlijk verschijnsel, al kan het wel voor ongemak zorgen. Zo’n beurse plek gaat meestal vanzelf wel weer over. Toch zijn er gevallen wanneer mensen toch maar beter wel een arts in kunnen schakelen.

Bloedafname gebeurt door een holle naald door de huid in een bloedvat te steken. Daarbij raken zowel de huid als de aderwand geperforeerd. Soms lekt er bloed uit de beschadigde ader, om zich onder de huid op te hopen, resulterend in een bloeduitstorting ofwel blauwe plek.

Risicogroepen

Sommige mensen hebben sneller last van blauwe plekken dan anderen. Daar kunnen medische- of leefstijloorzaken aan ten grondslag liggen. Mensen die een historie van alcoholgebruik –en eventueel leverschade- hebben krijgen sneller blauwe plekken dan anderen. Dat geldt ook voor mensen die bepaalde medicijnen gebruiken zoals antistollingsmiddelen en non-steroïdale ontstekingsremmers zoals ibuprofen. Ook gebrek aan vitamine C of vitamine K kan de kans op bloeduitstortingen vergroten. Daarnaast hebben mensen met hemofilie of de ziekte van Von Willebrand ook sneller last van onderhuidse bloedingen.

Een bloeduitstorting na een bloedafname gaat in principe binnen een paar dagen over; een grote blauwe plek kan er echter twee of drie weken over doen om helemaal te verdwijnen. Toch beveelt de wereldgezondheidsorganisatie WHO aan om de dokter in te schakelen als een of meerdere van de volgende symptomen zich voordoen:

  • Verkleuring van de hand
  • Tintelingen of gevoelloosheid in arm of hand die langer duurt dan een paar uur
  • Toenemende roodheid op de prikplek
  • Scherpe pijn bij de prikplek
  • Toenemende zwellingen bij de prikplek

Dunnere naald

Daarnaast zijn er maatregelen die patiënten en artsen/verplegenden kunnen nemen om het risico op bloeduitstortingen te verkleinen. Het gebruik van een dunnere naald kan al een groot verschil uitmaken. De WHO beveelt naalden met maximaal dikte 22 aan voor bloedafnames, met name bij ouderen. Ook de manier waarop de bloedafname plaatsvindt kan verschil uitmaken: bij het verwijderen van de naald moet er stevige druk op de prikplek uitgeoefend worden, en het drukverband moet minstens zes uur blijven zitten.

Geen aspirine

De patiënt zelf kan ook bepaalde dingen doen of laten. Geen zware dingen optillen na een bloedafgifte bijvoorbeeld. En geen strakke kleren dragen, want die kunnen de bloedsomloop belemmeren en de blauwe plek verergeren. Koude kompressen helpen om pijn en ongemak te verzachten. Pijnstillers mogen op zich gebruikt worden, maar dan liefst geen aspirine en ibuprofen, omdat die een bloedverdunnende werking hebben. Acetaminofen (beter bekend als paracetamol) is het meest geschikt. Daarnaast is het zaak om voldoende water te drinken, en om na de bloedafgifte iets te eten.

Lees HIER het oorspronkelijke artikel in Medical News Today.