Articles

IMZ: een toelichting op de consensusrichtlijn voor beleid bij niet-Downsyndroom-neonaten met een myeloproliferatieve ziekte namens de I-BFM AML-studiegroep en de EWOG-MDS

NTVH - jaargang 19, nummer 5, juli 2022

drs. E.J.M. Bertrums , dr. C.M. Zwaan , dr. A. Buijs , prof. dr. M.M. van den Heuvel-Eibrink , dr. B.F. Goemans

SAMENVATTING

Bij zuigelingen met myeloïde hyperproliferatie bestaat de differentiaaldiagnose, naast goedaardige oorzaken, uit Downsyndroom (DS)-gerelateerde transiënte abnormale myelopoëse (TAM), acute myeloïde leukemie (AML) en juveniele myelomonocytaire leukemie (JMML). In zeldzame gevallen komt echter ook een niet-DS-gerelateerde vorm van transiënte leukemie voor, genaamd infantiele myeloproliferatieve ziekte (IMZ). Deze zeldzame aandoening is moeilijk te herkennen, waardoor juiste diagnose en behandelingskeuze een uitdaging zijn. De juiste diagnose is belangrijk, omdat bij IMZ, net zoals bij TAM, vaak een afwachtend beleid voldoende is. Bij AML is echter intensieve chemotherapie noodzakelijk. In een recentelijk gepubliceerde richtlijn worden de diagnostische stappen en behandelmogelijkheden voor zuigelingen met een myeloïde hyperproliferatie beschreven. Het stroomdiagram, ontwikkeld op basis van literatuur, bijeengebrachte casus en internationale expertconsensus geeft advies over de juiste (moleculaire) diagnostiek en behandeling van individuele patiënten, uiteenlopend van een afwachtend beleid tot intensieve behandeling. Hierbij is het belangrijk om, naast lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek, ook genetisch onderzoek te verrichten naar zowel somatische als constitutionele aberraties die kunnen passen bij IMZ of acute leukemie. Multidisciplinaire samenwerking tussen onder andere kinderoncologen, morfologen en klinisch genetici is essentieel.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2022;19:205–10)

Lees verder

Tyrosinekinaseremmers voor de behandeling van kinderen en adolescenten met chronische myeloïde leukemie in de chronische fase

NTVH - 2019, nummer 2, march 2019

J.B. Koedijk , I.H. Koedijk , M.M.P.J. Hoogstraten , dr. I.M. van der Sluis , dr. A.B. Versluys , dr. C.M. Zwaan

Samenvatting

In dit artikel worden de meest recente ontwikkelingen van de behandeling van chronische myeloïde leukemie in de chronische fase bij kinderen en adolescenten besproken. Nieuwe gegevens betreffende effectiviteit, bijwerkingen, gebruiksgemak en kosten van de verschillende tyrosinekinaseremmers worden samengevat. Tevens worden de rol van allogene stamceltransplantatie en de mogelijkheid tot het stoppen van tyrosinekinaseremmers besproken.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2019;16:54–62)

Lees verder

Hematologische afwijkingen bij kinderen met downsyndroom

NTVH - 2016, nummer 1, january 2016

dr. B.F. Goemans , dr. W.J.W. Kollen , dr. V. de Haas , dr. C.M. Zwaan

Samenvatting

Downsyndroom (DS) wordt veroorzaakt door een trisomie 21. Naast alle wel bekende dysmorfieën, mentale retardatie en congenitale afwijkingen, hebben kinderen met DS ook vaker hematologische afwijkingen. Als neonaat hebben alle kinderen met DS een afwijkend bloedbeeld, waarbij bij een deel van de kinderen sprake is van transiënte myeloproliferatieve ziekte (TMZ). TMZ komt alleen voor bij kinderen met DS, en wordt gekenmerkt door mutaties in het GATA1-gen. TMZ verdwijnt spontaan bij de meerderheid van de kinderen. Daarnaast hebben kinderen met DS een 20 keer verhoogde kans op zowel acute myeloïde leukemie (AML) als acute lymfatische leukemie (ALL). DS myeloïde leukemie (DS-ML) wordt net als TMZ gekenmerkt door GATA1-mutaties en komt voor bij kinderen jonger dan 5 jaar. Kinderen met leukemie en DS hebben een groter risico op bijwerkingen van chemotherapie, met name infecties en mucositis. DS-ML is een unieke ziekte met verhoogde chemotherapiegevoeligheid en kan dus met dosisreductie worden behandeld, met een uitstekende prognose tot gevolg. DS-ALL daarentegen komt voor op wat hogere leeftijd, de bekende prognostisch gunstige cytogenetische afwijkingen worden minder vaak gezien en de ongunstige vaker dan bij niet-DS-kinderen met ALL. Daardoor is er geen goede mogelijkheid voor dosisreductie en is de behandelingsgerelateerde sterfte relatief hoog. De prognose van kinderen met DS-ALL is hierdoor slechter dan die van andere kinderen met ALL. De uitdaging is daarom een aangepaste therapie voor deze groep kinderen te ontwikkelen.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2016;13:3–9)

Lees verder

Myelodysplastisch syndroom op de kinderleeftijd

NTVH - 2014, nummer 5, july 2014

dr. A.C.H. de Vries , dr. A.M. Aalbers , dr. V.H.J. van der Velden , dr. C.M. Zwaan , prof. dr. M.M. van den Heuvel-Eibrink

Samenvatting

Myelodysplastisch syndroom (MDS) bij kinderen is een zeldzame aandoening. Recent onderzoek laat zien dat de pathogenese van MDS en de distributie van subtypen op de kinderleeftijd anders is dan die van MDS bij volwassenen. Tot voor kort was hematopoëtische stamceltransplantatie de enige curatieve behandelingsmogelijkheid, maar momenteel komen er nieuwe behandelingen beschikbaar die mogelijk resulteren in een betere overleving en verminderde toxiciteit. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de nieuwste inzichten met betrekking tot MDS op de kinderleeftijd.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2014;11:199–205)

Lees verder

De moleculaire ontrafeling van acute myeloïde leukemie op de kinderleeftijd

NTVH - 2014, nummer 5, july 2014

prof. dr. M.M. van den Heuvel-Eibrink , drs. J.D.E. de Rooij , dr. C.M. Zwaan

Samenvatting

Acute leukemie is de meest voorkomende maligniteit bij kinderen. Vijftien tot 20% van de kinderen met leukemie wordt gediagnosticeerd met acute myeloïde leukemie (AML). In de meeste gevallen is de leukemie de novo ontstaan, maar het kan ook het gevolg zijn van een onderliggende ziekte. De diagnostiek bestaat uit de combinatie van morfologie, cytochemie, immuunfenotypering en moleculair genetisch onderzoek. De laatste decennia is de overlevingskans van kinderen met AML fors verbeterd als gevolg van intensieve therapieprotocollen, geoptimaliseerde risicostratificatie en een verbetering in de ondersteunende zorg. Ongeveer 70% van de kinderen overleeft de ziekte na behandeling met de huidige therapie. Bij 30–40% van de patiënten ontstaat een recidief en is er een hoge frequentie (5–10%) van overlijden door acute en latere toxiciteit van de behandeling. Om de behandeling verder te kunnen optimaliseren is het belangrijk om de leukemogenese te begrijpen. AML is een zeer heterogene groep van aandoeningen, wat zich onder andere uit in veel verschillende (combinaties van) moleculaire afwijkingen die in de leukemiecellen worden gevonden. De overlevingskans is afhankelijk van deze moleculaire afwijkingen. Met de komst van nieuwe genoombrede studies worden de onderliggende afwijkingen steeds beter in kaart gebracht en huidig onderzoek richt zich op het ontwikkelen van leukemiecelspecifieke, en daarmee patiëntspecifieke, behandeling op basis van deze afwijkingen om de overlevingskans te verhogen en toxiciteit te reduceren. Om dit te bereiken voor een zeldzame ziekte als AML op de kinderleeftijd is zowel nationale als internationale bundeling van krachten van cruciaal belang.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2014;11:206–14)

Lees verder

MLL-herschikte acute myeloïde leukemie bij kinderen: een heterogene ziekte

NTVH - 2012, nummer 5, july 2012

drs. E.A. Coenen , dr. B.V. Balgobind , prof. dr. R. Pieters , dr. C.M. Zwaan , prof. dr. M.M. van den Heuvel-Eibrink

Samenvatting

Bij 15–20% van de kinderen met acute myeloïde leukemie (AML) wordt een translocatie gevonden waarbij het ‘mixed-lineage leukemia’ (MLL)-gen op chromosoom 11q23 is betrokken. In dit overzichtsartikel geven we een samenvatting over de etiologie, biologie en klinische karakteristieken van deze patiënten. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat MLL-herschikte AML bij kinderen een heterogeen ziektebeeld is, waarbij de prognose afhankelijk is van translocatiepartner, leeftijd, leukocytengetal en additionele cytogenetische afwijkingen. Wij concluderen dat het voor optimale stratificatie van de behandeling noodzakelijk is de translocatiepartner te kennen. Verder onderzoek is vereist naar de achterliggende biologische oorzaken van de prognostische verschillen tussen patiënten met verschillende translocatiepartners.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2012;9:177–85)

Lees verder