Hoe goed werken de verschillende vaccins tegen de verschillende mutaties van het coronavirus? En: zijn ze ook effectief tegen eventuele nieuwe varianten? Die vragen houden momenteel de wetenschap en de politiek bezig. Intussen begint gaandeweg meer duidelijk te worden over de mate van bescherming die de vaccins bieden tegen bepaalde virusmutaties. Met name gaat het dan om de varianten die door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO als ‘zorgwekkend’ worden omschreven. Dat zijn de Britse variant (B.1.1.7), de Braziliaanse variant (P.1) en de Zuid-Afrikaanse variant (B.1.351). Het vaktijdschrift New England Journal of Medicine plaatste op 23 maart een brief van twee Zuid-Afrikaanse virologen over de stand van zaken rond de vaccins en de virusmutaties.

Britse variant

De Britse variant, die eind 2020 de kop opstak in het Verenigd Koninkrijk, ongeveer tegelijk met de start van de vaccinaties aldaar, staat bekend als variant B.1.1.7. Het blijkt dat de mRNA-vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna zeer effectief zijn tegen deze vorm van het coronavirus. Ook het Novavax-vaccin laat goede resultaten zien. De vaccins voorkomen daarnaast dat mensen een ernstig ziekteverloop doormaken indien ze toch besmet raken.

Braziliaanse variant

De Braziliaanse variant weet de vaccins beter te omzeilen. De drie mRNA vaccins (Pfizer, Moderna en Novavax) zijn 4 tot 7 keer minder effectief tegen de P.1 variant dan tegen het ongemuteerde virus. Toch bieden ze nog steeds een ‘bufferzone van bescherming’, zoals de Amerikaanse viroloog dr. Anthony Fauci het noemt. Daarnaast zorgen de vaccins ook dat mensen bij een besmetting minder ernstig ziek worden.

Zuid-Afrikaanse variant

De Zuid-Afrikaanse virusmutatie B.1.351 is de gevaarlijkste, en dat uit zich ook in de verminderde effectiviteit van de vaccins. De mRNA-vaccins zijn 6 tot 8 keer minder effectief tegen deze variant. Het AstraZeneca-vaccin is zelfs nog veel minder effectief, 86 keer minder. Het Johnson & Johnson vaccin is nog niet voldoende getest maar de eerste indicaties zijn dat ook dit vaccin veel minder bescherming tegen de Zuid-Afrikaanse variant biedt.

Intussen wordt bij alle virusproducenten koortsachtig gewerkt aan manieren om de vaccins effectiever te maken tegen de varianten.

Booster

Pfizer onderzoekt of een derde dosis –een booster- van hun oorspronkelijke vaccin de bescherming voldoende verhoogt om infectie door nieuwe virusmutaties te voorkomen. Daarnaast zijn onderzoekers van BioNTech bezig om het vaccin aan te passen. De andere twee producenten van mRNA vaccins, Moderna en Novovax, werken ook aan gemodificeerde vaccins.

AstraZeneca is daar eveneens mee bezig en is ook aan het onderzoeken of het vaccin zodanig aangepast kan worden dat het ook tegen toekomstige mutaties kan beschermen. Bij Johnson & Johnson, het ‘Leidse’ vaccin dat maar een keer toegediend hoeft te worden, wordt nu onderzocht of een tweede dosis van het vaccin de bescherming tegen virusvarianten vergroot.

Referentie

Salim S. Abdool Karim, Ph.D, Centre for the AIDS Program of Research in South Africa, Durban, Zuid-Afrika en Tulio de Oliveira, Ph.D, KwaZulu-Natal Research Innovation and Sequencing Platform (KRISP), Durban, Zuid-Afrika, New SARS-CoV-2 Variants — Clinical, Public Health, and Vaccine Implications. Open brief gepubliceerd in New England Journal of Medicine, 23 maart 2021.