Preventief starten met toediening van stollingsfactor VIII (FVIII) bij kinderen met een ernstige vorm van hemofilie A voordat zij 2,5 jaar oud zijn zorgt voor minder gewrichtsproblemen als de kinderen eenmaal de jongvolwassen leeftijd hebben bereikt. Dat is de uitkomst van een klinische studie waarover recent gepubliceerd werd in het medisch vaktijdschrift Blood Advances.

Wanneer het gehalte van FVIII lager dan 2% is wordt gesproken van ernstige hemofilie A. Die conditie kan leiden tot gewrichtsklachten en pijnen, en daardoor een lagere kwaliteit van leven. Intraveneuze toediening van FVIII is de standaardbehandeling bij ernstige hemofilie A, maar die behandeling is duur, voor de patiënt onprettig en daarnaast lang niet altijd even effectief.

Joint Outcome Study

In de Joint Outcome Study (JOS) die plaatsvond in de Verenigde Staten wilden onderzoekers ontdekken of het zin had om al op jongere leeftijd te beginnen met preventieve toediening van FVIII. Gekeken werd of het starten met de FVIII-toediening voordat de jongens 2,5 jaar oud waren een betere gewrichtsconditie tot gevolg had als de kinderen eenmaal 6 jaar oud waren. De gegevens van deze kinderen werden vergeleken met die van kinderen die geen vroege start met FVIII hadden gekregen.

Het bleek inderdaad zo te zijn dat er zich bij de kinderen die al op zeer jonge leeftijd profylactisch met FVIII behandeld werden minder gewrichtsbloedingen hadden op latere leeftijd. Reden voor de World Federation of Hemophilia om aan te bevelen dat kinderen met ernstige hemofilie A al voor hun derde verjaardag met FVIII behandeld worden.

Vervolg

De JOS-studie kreeg een vervolg in de vorm van de JOS-C (continuation) studie waarbij 37 van de 65 deelnemers aan de JOS-studie gevolgd bleven worden tot voorbij de adolescente leeftijd. De onderzoekers richtten zich daarbij vooral op de gewrichtsconditie op de langere termijn. Van de 37 jongens die gevolgd werden kwamen er 15 uit de vroege-profylaxe groep, 18 kwamen uit de groep die pas op latere leeftijd of alleen episodisch met FVIII was behandeld. De overige 4 deelnemers werden afzonderlijk geanalyseerd omdat zij FVIII inhibitoren ontwikkeld bleken te hebben; bij hen werkte toediening van de stollingsfactor minder effectief.

De 15 jongens in de eerste groep kregen hun eerste FVIII-behandeling toen ze gemiddeld 1,3 jaar oud waren. Bij de andere groep lag de gemiddelde aanvangsleeftijd op 7,6. Drie jongens waren ouder dan 10 toen ze voor het eerst preventief FVIII toegediend kregen. De jongens in de ‘late’ groep kregen in 8 gevallen (44%) hoge doses FVIII toegediend, waar dat in de ‘vroege’ groep maar in 3 gevallen (20%) was gebeurd.

Sport

De onderzoekers stelden vast dat het risico op blijvende gewrichtsschade in de ‘late’ groep ruim 6 keer hoger lag dan in de ‘vroege’ groep. MRI-scans toonden aan dat 77% van de jongens in de eerstgenoemde groep gewrichtsschade had, vergeleken met 35% van de jongens die al op zeer jonge leeftijd behandeld waren. Ook bleek dat de jongens die pas op latere leeftijd profylactisch behandeld waren drie keer zo vaak last hadden gehad van bloedingen en gewrichtsbloedingen dan de jongens uit de ‘vroege’ groep. Bij 24 jongens (12 uit elke groep) werd ook gekeken naar hun ervaringen met sport en fysieke activiteit. Het bleek dat 66% van de jongens die al jong met FVIII behandeld waren geen gewrichtsschade vertoonden, tegen 37,5% van de pas later behandelden.

De onderzoekers stelden op basis van de JOS-C studie vast dat jongens met ernstige hemofilie A, die al op zeer jonge leeftijd profylactisch met FVIII behandeld waren, gedurende hun jeugd minder gewrichtsproblemen hadden dan jongens die pas later met de behandeling begonnen. Maar, waarschuwen de onderzoekers, ook vroege behandeling kan gewrichtsschade niet helemaal voorkomen.

Referentie

Beth Boulden Warren, Dianne Thornhill, Jill Stein, e.a.; Young adult outcomes of childhood prophylaxis for severe hemophilia A: results of the Joint Outcome Continuation Study. Blood Adv 2020; 4 (11): 2451–2459. doi: https://doi.org/10.1182/bloodadvances.2019001311