Noorse onderzoekers hebben vastgesteld dat jongvolwassenen die COVID-19 krijgen en die thuis uitzieken vaker met langetermijngevolgen geconfronteerd worden dan tot dusver werd verwacht. Bij een cohortstudie met 312 patiënten in de stad Bergen gedurende de eerste golf van de pandemie, begin 2020 bleken 6 maanden later 189 patiënten (61%) met slepende symptomen te kampen. Bij de 16- tot 30-jarigen die thuis hun ziekte doormaakten was dat bij iets meer dan de helft (52%) het geval. De jonge COVID-patiënten maakten weliswaar een minder ernstige infectie door, maar kregen desondanks te maken met langdurige symptomen. Recent verscheen het onderzoek in Nature Medicine.

Er is veel onderzoek gedaan naar de impact van COVID-19 op oudere en kwetsbare patienten, en op patiënten die in het ziekenhuis opgenomen werden vanwege de ernst van hun infectie. Ook de langetermijngevolgen van COVID-19 op deze groepen patiënten is redelijk in kaart gebracht. In vergelijking daarmee was er weinig bekend over langetermijngevolgen van COVID-19 bij patiënten die minder ernstig ziek waren geweest en niet in het ziekenhuis behandeld waren.

Long covid

COVID-19 is een complexe aandoening die diverse systemen aantast, zoals het cardiovasculaire, gastro-intestinale, hematologische, neurologische en renale systeem. Veel aandacht ging aanvankelijk uit naar longschade, maar gaandeweg wordt duidelijk dat ook andere organen met langdurige schade te kampen kunnen krijgen. De term ‘long covid’ omvat een grote verscheidenheid aan symptomen. De onderzoekers in Bergen hebben nu onderzocht hoe mensen die geen ernstige infectie doormaakten er na 6 maanden voor staan.

De mediane leeftijd van de 312 gevolgde patiënten was 46 jaar, en 51% van hen was vrouw. Comorbiditeiten, zoals chronische longziekte, deden zich voor bij 44% van de patiënten, gevolgd door hoge bloeddruk, hartfalen, reuma, diabetes en immuun onderdrukkende factoren.

Tijdens de ziektefase meldden de meeste patiënten vermoeidheid, hoest, hoofdpijn en kortademigheid als symptomen. Koorts, dat geldt als een van de voornaamste symptomen van COVID-19, werd maar door 21% genoemd. In de studie werd ook vastgesteld dat de patiënten die in het ziekenhuis behandeld moesten worden doorgaans ouder dan thuis uitziekende patiënten waren, vaker een hogere BMI hadden en meer comorbiditeiten.

Verminderde geur- en smaakzin

Bij 61% (189 patiënten) was 6 maanden nadat ze ziek werden nog steeds sprake van ziekteverschijnselen. De overige 39% was symptoomvrij, en bij die groep behoorden meer jongere patiënten dan oudere. Daarbij werden vermoeidheid (37%), concentratieproblemen (26%), verminderde smaak- en/of reukzin (25%), geheugenproblemen (24%) en kortademigheid (21%) het meest genoemd. Ook viel op dat problemen met geur en smaak vaker bij jongere patiënten voorkwamen.

Van de 312 patiënten ondergingen 247 hun infectie thuis, en bij hen meldden 136 mensen (55%) na 6 maanden nog steeds last van symptomen te hebben. Dat waren vooral vermoeidheid (30%), geur/smaakproblemen (27%), concentratieproblemen (19%), geheugenproblemen (18%) en kortademigheid (15%).

De allerjongsten tot 16 jaar waren na 6 maanden voor 87% vrij van symptomen. Bij de groep van 16 tot 30 jaar oud was dat echter 48%. Van de 61 patiënten in dit cohort meldden 32 nog steeds klachten te hebben. Verstoorde smaak- en reukzin kwam het vaakste voor (28%), gevolgd door vermoeidheid, kortademigheid en cognitieve problemen.

Futloosheid

Vermoeidheid na de infectiefase is een symptoom dat bij meer virale infecties voorkomt. Bij 30% van de thuispatiënten van 16 en ouder was er 6 maanden na de start van hun COVID-19 nog steeds sprake van vermoeidheidsverschijnselen. Bij de ziekenhuispatiënten was dat 63%. Ernstige vermoeidheid deed zich na 6 maanden voor bij 7, respectievelijk 24%. Thuispatiënten noemden vooral lethargie, meer behoefte aan slaap en futloosheid als kenmerken van hun vermoeidheidsverschijnselen. Hun cognitieve problemen vielen vooral in het niet op bepaalde woorden kunnen komen, concentratieproblemen en geheugenproblemen.

De Noorse onderzoekers merken op dat ruim de helft van de thuispatiënten na 6 maanden nog steeds met slepende klachten te maken hadden. En dat jongeren en jongvolwassenen mogelijk met ernstige symptomen kampen van neurologische aard, naast kortademigheid en oververmoeidheid. Met name voor studenten kunnen deze symptomen hun studie behoorlijk in de war sturen.

Vaccineren

De aanhoudende vermoeidheid als na-effect vinden de onderzoekers opmerkelijk, en de indruk bestaat dat het bij COVID-19 vaker voorkomt dan bij andere virusziekten waarvan bekend is dat ze vermoeidheid veroorzaken, zoals griep, ziekte van Pfeiffer of dengue. Bij vrouwen lijkt oververmoeidheid zich iets vaker voor te doen. De Noorse onderzoekers zien hun studie als ondersteuning van de aanbeveling om ook jongeren en jongvolwassenen te vaccineren.

Referentie

Blomberg, B., Mohn, K.GI., Brokstad, K.A. et al. Long COVID in a prospective cohort of home-isolated patients. Nat Med (2021). https://doi.org/10.1038/s41591-021-01433-3