Is er een verband tussen stuifmeel en COVID-19? Er zijn studies die een verband lijken te suggereren tussen de hoeveelheid pollen in de lucht en het aantal COVID-infecties. Maar er zijn ook studies die het tegendeel lijken aan te geven, en dat een piek in het pollenseizoen juist samenvalt met een afname in virusinfecties die de luchtwegen treffen, zoals dus COVID-19 maar ook de griep. En er zijn zelfs studies die indiceren dat stuifmeel de kans op een COVID-infectie misschien verkleint. Wat is nu precies de relatie tussen pollen en COVID-19? Nieuw onderzoek uit Duitsland probeert licht op de zaak te werpen. Recent werd erover gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Vitamine D

Er zijn veel theorieën waarom sommige virussen, zoals de griep, seizoensgebonden lijken te zijn. Wetenschappers menen dat temperatuur en luchtvochtigheid daar een rol in speelt: de meeste virussen doen het goed in koude, droge lucht, en dat kan verklaren waarom veel virussen juist in de winter toeslaan. Bovendien is ons immuunsysteem in de winter juist minder sterk: gebrek aan direct zonlicht op de huid maakt dat we minder vitamine D aanmaken, en dat is een stof die ons immuunsysteem bevordert.

Daarnaast heeft ultraviolet licht een viruswerende werking, en ook dat verklaart mede waarom er in de zomer minder virusactiviteit is dan in de winter. Tot slot betekent langdurig binnenshuis zijn, zeker met gebrekkige ventilatie, ook dat mensen dichter bij elkaar zijn en makkelijker besmettingen overbrengen.

Lockdownbeleid

In het onderzoek uit München is gekeken naar data van 248 stuifmeelmeetpunten in 31 landen. Daarnaast keken de onderzoekers ook naar factoren als temperatuur, luchtvochtigheid, bevolkingsdichtheid en lockdownbeleid. En het bleek dat een spike in het stuifmeelgehalte in de lucht samenviel met een stijging van de corona-infecties vier dagen later. Volgens de Duitse onderzoekers is er een duidelijke samenhang te constateren. De theorie is dat pollen niet zozeer rechtstreeks voor besmettingen zorgen doordat het virus zich op stuifmeeldeeltjes bevindt en op die manier in de luchtwegen of ogen belandt, maar omdat pollen ons afweersysteem minder effectief maken. En dat gebeurt ook bij mensen zonder pollenallergie.

Minder interferon

Hoofdonderzoeker dr. Stefanie Gilles: “Wanneer we stuifmeel inademen komen die terecht op het slijmvlies in de neus, en daar onderdrukken ze onze verdediging tegen airborne virussen.” Vorig jaar constateerde Gilles al dat muizen na blootstelling aan stuifmeel minder interferon aanmaakten en andere chemische signaalstoffen die het immuunsysteem activeren. Muizen die aan pollen waren blootgesteld bleken na infectie met een virus dat de luchtwegen aantast meer virus in hun lichaam te hebben dan muizen die geïnfecteerd waren zonder aan pollen blootgesteld te zijn geweest. Bij kleinschalige proefnemingen met menselijke vrijwilligers leek dat beeld te worden bevestigd.

Referentie

Athanasios Damialisa , Stefanie Gillesa, Mikhail Sofievd et.al. Higher airborne pollen concentrations correlated with increased SARS-CoV-2 infection rates, as evidenced from 31 countries across the globe. Proceedings of the National Academy of Sciences.