Articles

Globale hemostasetesten bij mechanisch beademde COVID-19-patiënten

NTVH - jaargang 21, nummer 1, februari 2024

A.-M. Hulshof , drs. T. van de Berg , dr. H. Spronk , prof. dr. H. ten Cate , dr. B. van Bussel , prof. dr. Y. Henskens

SAMENVATTING

Dit artikel evalueert de toepassing van globale hemostasetesten bij mechanisch beademde COVID-19-patiënten, zoals bestudeerd door middel van de seriële ‘rotational thromboelastometry’ (ROTEM) en trombinegeneratiemetingen in het Maastricht Intensive Care COVID (MaastrICCht)-cohort. Routine en ‘tissue plasminogen activated’ (tPA) ROTEM zijn geschikt om de uitgebreide hemostaseafwijkingen binnen deze populatie over de tijd te karakteriseren, waarbij overleden COVID-19-IC-patiënten progressieve verslechtering van hypercoagulabiliteit en hypofibrinolyse demonstreren. Daarnaast suggereren trombinegeneratietesten een onvoldoende in-vivo-effect van heparines, ondanks dat conventionele laboratoriumtesten (anti-Xa) binnen de beoogde referentiewaarden vallen. Samengenomen lijken globale hemostasetesten geschikt om het effect van heparine te kwantificeren en complexe hemostaseafwijkingen te karakteriseren in een IC-setting. Meer kennis over prognostische waarde en de toepassing bij andere IC-patiënten is noodzakelijk alvorens implementatie mogelijk is.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2024;21:11–7)

Lees verder

Glycoproteïne VI als doelwit voor nieuwe plaatjesremmers

NTVH - 2021, nummer 6, september 2021

I. De Simone , dr. C.I. Jones , prof. dr. H. ten Cate , dr. P.E.J. van der Meijden

SAMENVATTING

Bloedplaatjes hebben een cruciale rol in de hemostase, doordat ze binden aan collageen en zo bloeding stelpen. Ongewenste plaatjesactivatie kan echter leiden tot arteriële trombose, hartinfarcten en beroertes. Daarom worden plaatjesremmers toegediend aan patiënten, maar het probleem met de huidige antiplaatjesmedicatie is dat ze als neveneffect bloeding veroorzaken, terwijl er een risico blijft bestaan op een recidief trombose. Er is dus een klinische behoefte aan verbetering van de huidige plaatjestherapie. Een ideaal doelwit voor nieuwe plaatjesremmers is de glycoproteïne VI (GPVI)-plaatjesreceptor, omdat deze receptor wel betrokken is bij de collageen-geïnduceerde pathogenese van trombose, maar slechts een minimale rol heeft in de hemostase. In dit overzichtsartikel worden liganden, fysiologische en pathologische functies van GPVI besproken, gevolgd door de verschillende mogelijkheden om GPVI al dan niet direct te remmen.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2021;18:266-71)

Lees verder

Het geluid van hemostase: een nieuwe visco-elastische meetmethode met mogelijke toepassingen in transfusiemanagement, hypercoagulabiliteit en trombocytenfunctie

NTVH - 2020, nummer 8, december 2020

A. Hulshof , dr. F.C.J.I. Heubel-Moenen , prof. dr. E.A.M. Beckers , prof. dr. H. ten Cate , dr., ir. Y.M. Henskens

SAMENVATTING

Sinds kort is een nieuwe visco-elastische meetmethode beschikbaar om de dynamische stolselvorming weer te geven in volbloed: Quantra. Binnen de Quantra-techniek staat het gebruik van ultra- soon geluid om erytrocyten in het stolsel te laten resoneren centraal. Andere visco-elastische testen (ROTEM en TEG) maken veelal gebruik van een mechanische meetmethode, waarbij de pin of het cupje oscilleert. De huidige visco-elastische testen worden in klinische setting toegepast bij perioperatief transfusiemanagement. Tot nu toe focust de literatuur op overeenkomsten tussen Quantra en andere visco-elastische testen. Klinisch onderzoek is noodzakelijk voordat implementatie van Quantra in de huidige stollingsdiagnostiek kan plaatsvinden.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:330–6)

Lees verder

Trombosedienst in de tijd van de DOAC

NTVH - 2020, nummer 3, may 2020

A. de Bruijn , prof. dr. H. ten Cate , N.F.M. Groenewegen , dr. M.J.H.A. Kruip

SAMENVATTING

Met de toevoeging van DOAC’s aan het scala van bestaande antistollingsmiddelen is de trend van stijgende patiëntaantallen bij de trombosediensten doorbroken. Deze trendbreuk, die is ingezet in 2015, heeft grote invloed op de organisatie van trombosediensten enerzijds en vraagt nauwlettend aandacht voor de borging van de kwaliteit van toekomstige VKA-behandeling anderzijds.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:124–8)

Lees verder

Uitdagingen bij het screenen en diagnosticeren van milde bloedingsziekten

NTVH - 2016, nummer 5, july 2016

dr. F.C.J.I. Heubel-Moenen , dr. M.J.A. Vries , dr., ir. Y.M. Henskens , prof. dr. H. ten Cate , R.J.H. Wetzels , P.W.M. Verhezen , R.G.M. van Oerle , prof. dr. E.A.M. Beckers

Samenvatting

Correcte identificatie en tijdige herkenning van een milde bloedingsziekte is van belang om bloedingen, met name tijdens of na ingrepen, te voorkomen en eventuele behandeling of preventieve interventie in te stellen. Bij patiënten met een milde bloedingsziekte zijn de klinische symptomen heterogeen en moeilijk te onderscheiden van normaal. Ook de interpretatie van laboratoriumuitslagen is bij deze patiënten niet altijd eenduidig. De ‘bleeding assessment tool’ (BAT), bestaande uit een vragenlijst en bloedingsscore, is ontwikkeld voor het structureel uitvragen van bloedingssymptomen. Een positieve bloedingsscore geeft een hogere kans op het hebben van een milde bloedingsziekte in een verwezen populatie. Daarnaast zijn er de laatste jaren nieuwe, vaak volbloed, laboratoriumtesten op de markt gekomen die claimen normale en abnormale hemostase te kunnen vaststellen. Ook is er steeds meer aandacht voor genetisch onderzoek in de diagnostiek. De waarde van deze testen in het identificeren van patiënten met een milde bloedingsziekte, zowel poliklinisch als preoperatief, is niet bekend. Dit artikel beschrijft de moeilijkheden bij het screenen en diagnosticeren van milde bloedingsziekten bij poliklinische en preoperatieve patiënten. Daarnaast wordt de opzet beschreven van het Bloedingsalgoritme Maastricht+ (BAM+) met als doel de diagnostiek van milde bloedingsziekten te verbeteren.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2016;13:182–9)

Lees verder