Het nieuwe hoofdkantoor voor het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA) is een feit. Medio november werd het gebouw aan de Amsterdamse Zuidas officieel opgeleverd. Gedurende de kerstvakantie vindt de verhuizing plaats. Vanaf 20 januari is het nieuwe gebouw volledig operationeel.

De verhuizing van het EMA van Londen naar Amsterdam is een direct gevolg van het Britse besluit uit 2016 om de Europese Unie te verlaten. Hoewel deze ‘Brexit’ nog niet heeft plaatsgevonden is de verhuizing een onomkeerbaar feit. De EMA is momenteel al operationeel vanuit een tijdelijk ander pand in Amsterdam.

Het nieuwe kantoorgebouw telt 1.300 werkplekken, verdeeld over twintig etages. Het gebouw is ontworpen door een combinatie van bureau MVSA Architects, het Rijksvastgoedbedrijf, Fokkema & Partners en OKRA Landschapsarchitecten. Het nieuwe EMA-hoofdkantoor is om een aantal redenen opvallend. Niet in de laatste plaats vanwege de ongewoon korte bouwtijd van anderhalf jaar. Dat lukte mede door een bouwmethode waarin veel gebruik werd gemaakt van aluminium prefab-elementen die elders gefabriceerd werden terwijl de bouw vorderde.

Verticale tuin
De groene aankleding van het gebouw verdient speciale vermelding. Er is bijzonder veel aandacht besteed aan beplanting: zo is er een daktuin voor de medewerkers, en heeft het gebouw een zestig meter hoog atrium die is beplant met een verticale tuin met 53.000 planten. Die groene wand levert ook een bijdrage aan de klimaatbeheersing en luchtkwaliteit in het gebouw.
Het EMA wordt gezien als een prestigieuze aanwinst voor Amsterdam en Nederland. Verwacht wordt dat het een aanzuigende werking zal hebben op farmaceutische bedrijven. Daarnaast komen er jaarlijks 36.000 bezoekers naar Nederland vanwege het EMA.

De directeur van het EMA, de Italiaan Guido Rasi, laat weten tevreden te zijn. ““Het is een belangrijke mijlpaal en we feliciteren de Nederlandse overheid die in minder dan 20 maanden een indrukwekkend gebouw heeft opgeleverd. Met de verhuizing naar het nieuwe gebouw zal het Agentschap zich weer geheel kunnen richten op haar belangrijke missie voor patiënten en dieren.”