Intraveneuze toediening van daratumumab voor de behandeling van patiënten met multipel myeloom omvat een langdurige infusie die de kwaliteit van leven beïnvloedt. Zo duurt de eerste intraveneuze toediening gemiddeld 7 uur, gevolgd door toedieningen van 4 tot 5 uur. Bovendien gaat de behandeling  vaak gepaard met infusiegerelateerde reacties. Een subcutane toediening van daratumumab wordt daarentegen beschouwd als een eenvoudigere manier van toedienen die minder reacties veroorzaakt en slechts een toedieningstijd van 3 tot 5 minuten met zich meebrengt. In een nieuwe studie (COLOMBA) is de non-inferioriteit van subcutaan daratumumab ten opzichte van intraveneus daratumumab getest.

In deze multicenter (147 centra in 18 landen) open label gerandomiseerde fase III-studie werden 522 volwassen patiënten geïncludeerd die gediagnosticeerd waren met recidiverend of refractair multipel myeloom. De patiënten hadden ten miste drie eerdere behandelingen ondergaan, waaronder een proteasoomremmer en een immuunmodulerend middel, of waren dubbel refractair voor zowel een proteasoomremmer als immunomodulerend middel.

Randomisatie

De patiënten werden gerandomiseerd tussen subcutane daratumumab of intraveneuze daratumumab, waarbij er stratificatie plaatsvond op basis van lichaamsgewicht bij aanvang (≤65 kg, 66-85 kg,> 85 kg), eerdere therapielijnen (≤ vier versus> vier) en myeloomtype (IgG versus niet-IgG). De patiënten ontvingen 1800 mg subcutane daratumumab (samen met 2000 U/mL recombinant humaan hyaluronidase PH20) of 16 mg/kg intraveneuze daratumumab beginnend met één keer per week (cycli 1-2), gevolgd door tweemaal per week (cycli 3-6) en vervolgens viermaal per week. De primaire eindpunten waren het percentage objectieve responsen en het maximale Ctrough-niveau van het middel.

In totaal werden er 655 patiënten gescreend, waarvan 522 geïncludeerd werden in de studie (subcutane groep n=263, intraveneuze groep n=259). Drie patiënten in de subcutane groep en één in de intraveneuze groep kregen geen behandeling en konden niet worden beoordeeld op veiligheid en effectiviteit. Na een mediane follow-up van 7,5 maand was het algeheel responspercentage 41% (108 van de 263 patiënten) in de subcutane groep en 37% (96 van de 259 patiënten) in de intraveneuze groep (relatief risico 1,11; 95% BI 0,89-1,37). Het maximale Ctrough-niveau was 593 μg/ml in de subcutane groep en 522 μg/ml in de intraveneuze groep.

Bijwerkingen

De meest voorkomende graad 3/4 bijwerkingen waren anemie (34 van de 260 patiënten [13%] in de subcutane groep versus 36 van de 258 patiënten [14%] in de intraveneuze groep), neutropenie (34 [13%] versus 20 [8%]) en trombocytopenie (36 [14%] versus 35 [14%]). Longontsteking was de enige ernstige bijwerking bij meer dan 2% van de patiënten (7 [3%] in de subcutane groep versus 11 [4%] in de intraveneuze groep). Er was één sterfgeval als gevolg van een behandelingsgerelateerde bijwerking in de subcutane daratumumab-groep en vier in de intraveneuze groep. Het aantal patiënten met infusiegerelateerde reacties was significant lager bij subcutane toediening (33 van de 260 patiënten [13%] versus intraveneuze toediening (89 van de 258 patiënten [34%]; odds ratio 0,28, 95% BI 0,18–0,44, p<0,0001).

Concluderend kan gesteld worden dat subcutane toediening van daratumumab niet inferieur is aan intraveneuze toediening wat betreft de effectiviteit en farmacokinetiek. Een subcutane behandeling heeft wel een verbeterd veiligheidsprofiel bij patiënten met recidiverend of refractair multipel myeloom.

Bron
1. Bron: The Lancet.