Kinderen met chronische inflammatoire darmziekten hebben vaker veneuze trombo-embolie dan gezonde kinderen. Dat blijkt uit een studie die is uitgevoerd door het Erasmus MC Sophia kinderziekenhuis en recentelijk is gepubliceerd in Journal of Crohn’s and Colitis.

Veneuze trombo-embolieën (VTE) zijn complicaties die kunnen optreden bij pediatrische patiënten met inflammatoire darmziekten (‘inflammatory bowel disease’, IBD). Deze complicaties omvatten diepveneuze trombose (‘deep venous thrombosis’, DVT) van de bovenste en onderste extremiteit of centrale vasculatuur, longembolie (pulmonary embolism, ‘PE’), cerebrale veneuze sinustrombose (‘cerebral sinus venous thrombosis’, CSVT) en nierveneuze trombose.

Richtlijnen voor tromboprofylaxe bij VTE bij kinderen met IBD (‘pediatric IBD’, PIBD) zijn gebaseerd op beperkt pediatrisch bewijsmateriaal, terwijl VTE bij kinderen wordt geassocieerd met een hoge mortaliteit en kan resulteren in een aanzienlijke morbiditeit. Aanhoudende of terugkerende trombose, posttrombotisch syndroom of aanhoudende neurologische stoornissen als gevolg van cerebrale veneuze sinustrombose (CSVT). Bovendien is VTE bij gehospitaliseerde kinderen met IBD geassocieerd met een verhoogde kans op verblijf op de intensive care afdeling. Dit gaat gepaard met hogere totale kosten. Er is echter weinig bekend over de IBD-gerelateerde risicofactoren die geassocieerd zijn met VTE bij pediatrische IBD-patiënten (PIBD)

Populatiegebaseerde studies in de algemene pediatrische populatie rapporteerden jaarlijkse VTE-incidenties van 0,07 tot 0,49 per 10.000 kinderen, met hogere incidenties bij pasgeborenen en adolecenten. Onderzoekers van het Erasmus MC Sophia ziekenhuis hebben prospectief de incidentie van VTE in PIBD en de karakteristieken van PIBD met VTE onderzocht. Tevens hebben zij potentiële PIBD-gerelateerde risicofactoren voor VTE geïdentificeerd.

PIBD-SETQuality Safety Registry

Van oktober 2016 tot september 2020 hebben pediatrische gastro-enterologen maandelijks prospectief de incidenten van VTE bij PIBD gerapporteerd. IBD- (type, Paris-classificatie, klinische en biochemische ziekteactiviteit en behandeling) en VTE-details (type, locatie, behandeling en uitkomst) werden verzameld. Om de VTE-incidentie te schatten in PIBD rapporteerden deelnemende artsen jaarlijks ook het aantal PIBD-patiënten, hun gegevensbron en het verzorgingsgebied van hun centrum. Een systematisch literatuuronderzoek en meta-analyse werd uitgevoerd om de VTE-incidentie in de algemene pediatrische populatie te berekenen.

Deelname van 129 PIBD-centra resulteerde in een dekking van 24.802 PIBD patiënten (leeftijd: 13,6 jaar; interkwartielrange: 9,6-16,1) en 53.762 PIBD-persoonsjaren. Twintig gevallen van VTE werden geïdentificeerd. De VTE-incidentie was zodoende 3,72 (95%-BI: 2,27-5,74) gevallen per 10.000 persoonsjaren. Dit was 14 maal hoger dan in de algemene pediatrische populatie (0,27 [95%-BI: 0,18-0,38]; p<0,001).

Cerebrale veneuze sinustrombose (CSVT) werd het meest frequent gerapporteerd (50%), wat leidde tot een incidentie van 1,86 (95%-BI: 0,71-3,01) gevallen per 10.000 persoonsjaren in PIBD. Dit is 41,3 keer hoger (95%-BI: 20,8-82,0) dan in de normale pediatrische populatie (95%-BI: 0,025-0,070; p<0,001).

Geen enkele patiënt kreeg tromboprofylaxe, terwijl dit volgens de huidige ESPGHAN-richtlijnen werd aanbevolen bij 4/20 patiënten.

Ziektekarakteristieken

Geen enkele VTE-patiënt had een medische of familiale voorgeschiedenis van VTE. In 65% van de gevallen werden een of meer niet-IBD risicofactoren geïdentificeerd (tabel 2). Deze omvatten: steroïden (45%; n=9), immobiliteit (15%; n=20), centraal veneuze katheter (15%; n=3), parenterale voeding (10%; n=2) en chirurgie (10%; n=2). Bij negen van de 20 patiënten (45%) werd de VTE gediagnosticeerd tijdens ziekenhuisopname, waaronder acht IBD-gerelateerde ziekenhuisopnames

Heleen van Ommen, kinderarts-hematoloog en co-auteur van deze studie: “Bij kinderen met IBD die in het ziekenhuis zijn opgenomen vanwege een oplamming van de ziekte stapelen een aantal risicofactoren voor trombose zich op. Ze hebben een actieve ontsteking, bewegen weinig omdat ze in bed liggen, drinken weinig, krijgen soms een centrale lijn en gebruiken ontstekingsremmende medicijnen, zoals prednison, die het tromboserisico verhogen.”

Conclusie

Er is een verhoogd risico op VTE in de PIBD-populatie vergeleken met de algemene pediatrische populatie. Bewustwording van het voorkomen van VTE en preventie moet worden uitgebreid naar alle PIBD -patiënten met actieve ziekte, vooral degenen die in het ziekenhuis zijn opgenomen.

Richtlijn bloedverdunners

De auteurs bepleiten om tromboprofylaxe te overwegen voor alle gehospitaliseerde kinderen met actieve IBD, ongeacht hun leeftijd of aanwezigheid van bijkomende VTE-risicofactoren. Van Ommen: “Uit onderzoek bij volwassenen met IBD weten we al dat gebruik van bloedverdunners veilig en effectief is. Het gaat om een lage dosis heparine die trombose en de gevolgen daarvan kan voorkomen.”

 

Referentie

Aardoom MA, Klomberg RCW, Kemos P, et al. The incidence and characteristics of venous thromboembolisms in paediatric-onset inflammatory bowel disease; a prospective international cohort study based on the PIBD-SETQuality Safety Registry. J Crohns Colitis. 2021 Oct 2:jjab171. Epub ahead of print.

Meer achtergrondinformatie op Amazing Erasmus MC