Onderzoekers uit Philadelphia (V.S.) hebben een mogelijke nieuwe behandelroute ontdekt die de ontwikkeling van antilichamen tegen stollingsfactor VIII (FVIII) bij hemofilie A kan verhinderen.

Van FVIII behandelingen is bekend dat ze het risico op bloedingen en mortaliteit kunnen verminderen. Maar bij sommige patiënten ontwikkelt het afweersysteem antilichamen tegen FVIII. Een team onderzoekers van het Children’s Hospital in Philadelphia, onder leiding van dr. Moanaro Biswas, heeft onderzoek gedaan naar de oorzaken achter het ontstaan van FVIII-remmers. Daarbij concentreerden ze zich met name op de B-cel activerende stollingsfactor (BAFF) waarvan betrokkenheid bij diverse immuunziekten wordt vermoed.

Uit onderzoek van bloedmonsters van kinderen en volwassen hemofilie A-patiënten bleek dat een hoog BAFF-gehalte correleerde met meer FVIII-remmers. In muismodellen werd vervolgens onderzocht of het verlagen van het BAFF-gehalte voorafgaand aan de toediening van FVIII mogelijk de ontwikkeling van remmende antilichamen kon voorkomen. Dat bleek inderdaad het geval. De onderzoekers dienden muizen met FVIII-remmers een combinatie toe van een anti-BAFF antilichaam met het CD20 antilichaam rituximab.

Nieuwe behandelrichtingen

Biswas en zijn team denken dat BAFF mogelijk inderdaad een rol speelt in de totstandkoming van FVIII-remmers en mogelijk ook anti-FVIII B-afweercellen. Het blokkeren van BAFF kan een effectieve manier zijn om de vorming van FVIII-remmers te voorkomen, en mogelijk levert die wetenschap nieuwe behandelrichtingen voor FVIII-remmers op. Er bestaat reeds een anti-BAFF antilichaam genaamd belimumab. Dat wordt onder meer ingezet in de behandeling van auto-immuunziekten zoals lupus.

Referentie

Doshi BS, Rana J, Castaman G, et al. B cell–activating factor modulates the factor VIII immune response in hemophilia A. Journal of Clinical Investigation, doi: 10.1172/JCI142906