De eerste periode van therapie bij patiënten met B-cel acute lymfatische leukemie (B-ALL) is essentieel voor de minimale restziekte die overblijft na behandeling. Overgewicht of obesitas hebben een negatieve prognose op de incidentie, het recidief en de overleving van kanker. Dr. Etan Orgel en zijn collega’s onderzochten of een calorie- en nutriëntrestrictie deze patiënten zou kunnen helpen.

De eerste periode van therapie bij patiënten met B-cel acute lymfatische leukemie (B-ALL) is bedoeld om zo veel mogelijk leukemiecellen te doden door middel van chemotherapie. Deze inductiefase is essentieel voor de minimale restziekte (‘minimal residual disease’, MRD) die overblijft na behandeling. Het is een voorspeller van recidief en overleving. Vroege vernietiging van B-ALL cellen, gekwantificeerd door een lage MRD, is een kenmerk van chemosensitiviteit in B-ALL en geeft een indicatie voor de kans op overleving.

OVERGEWICHT

Overgewicht en obesitas hebben een negatieve invloed op de incidentie, het recidief en de overleving van verschillende soorten kanker. Dat geldt ook voor B-cel acute lymfatische leukemie (B-ALL), de meest voorkomende pediatrische kankersoort. Veertig procent van de kinderen en jongvolwassenen die beginnen met een therapie tegen ALL heeft overgewicht of obesitas. Deze patiënten met zwaarlijvigheid bij diagnose hebben een meer dan twee keer zo groot risico op aanhoudende MRD aan het eind van de inductiefase. Tijdens de eerste maand van therapie dragen chemotherapie met glucocorticoïd en een sedentaire leefstijl bovendien bij aan extra gewichtstoename. Dit verslechtert nogmaals de overlevingskans.

INTERVENTIE

Calorie- en nutriëntenbeperking via dieet en lichaamsbeweging zou de toename in vetmassa kunnen verminderen. Op deze manier kan het ook de postinductie MRD verbeteren. In de Improving Diet and Exercise in ALL (IDEAL)-trial werden 40 patiënten van 10 tot 21 jaar oud, die recentelijk waren gediagnosticeerd met B-ALL, opgenomen in de experimentele groep. Zij werden vergeleken met een recente historische controlegroep (n = 80). De interventie werd uitgevoerd tijdens de 4 weken durende inductiefase. Tijdens de interventie werden patiënten geïnstrueerd om een calorisch tekort van ≥20% te induceren, gelijk verdeeld tussen verminderde calorie inname en verhoogd verbruik door middel van beweging. Het primaire eindpunt van de IDEAL-trial was de procentuele verandering in vetmassa tijdens inductie. Secundaire eindpunten waren MRD aan het einde van de inductie (‘end of induction’, EOI). Ook werd gekeken naar de haalbaarheid van, en therapietrouw aan, de interventie.

RESULTATEN

Met behulp van de IDEAL-interventie was het niet mogelijk om een toename in vetmassa te voorkomen in vergelijking met de controlepatiënten (+5,1% [interkwartiel bereik (‘interquartile range’, IQR): 15,8] versus +10,7% [IQR: 16,0]; p=0,13). Gestratificeerde analyse toonde wel voordeel in patiënten met overgewicht of obesitas in de IDEAL-interventie versus de controlepatiënten met overgewicht of obesitas (+1,5% [IQR: 6,6] versus +9,7% [IQR: 11,1]; p=0,02). Dit voordeel gold niet voor slanke patiënten (+20.5% [IQR: 23.6] versus +11.0% [IQR: 18.6]; p=0,19).

Multivariabele analyse toonde aan dat de IDEAL-interventie geassocieerd was met een significant verlaagd risico van EOI MRD na correctie voor prognostische variabelen (odds ratio [OR], 0,30; 95%-BI: 0,09-0,92; p=0,02). De IDEAL-interventie verlaagde ook het risico op detecteerbare MRD (>0,000%) vergeleken met historische controles (OR: 0,16; 95%-BI: 0,04-0,52; p=0,002). Patiënten met overgewicht of obesitas of hogere baseline witte bloedcellen bleven een hoger risico houden voor MRD aan het einde van inductie. Tot slot leidde de IDEAL interventie tot verhoging in circulerend adiponectine en een verminderde insulineresistentie zoals gekarakteriseerd door de adiponectine tot leptine-ratio.

CONCLUSIE

De IDEAL interventie was haalbaar, verminderde de vettoename in die OW/OB, en verminderde MRD. Dit is de eerste studie in een hematologische maligniteit die het potentiële voordeel aantoont van calorische restrictie via dieet/oefening om de werkzaamheid van chemotherapie te verhogen en de ziekterespons te verbeteren. Een prospectieve, gerandomiseerde studie is gerechtvaardigd voor validatie.

Referentie

Orgel E, Framson C, Buxton R, et al. Caloric and nutrient restriction to augment chemotherapy efficacy for acute lymphoblastic leukemia: the IDEAL trial. Blood Adv 2021; 5 (7): 1853–1861.