Highlow-studie: middelhoge dosis versus lage dosis LMWH bij zwangere en postpartum vrouwen met een voorgeschiedenis van veneuze trombo-embolie

oktober 2023 Hematotrials Diede Smeets

Zwangerschapsgerelateerde veneuze trombo-embolie (VTE) is een voorname oorzaak van moedermorbiditeit en –mortaliteit. Daarom wordt tromboseprofylaxe aangeraden aan zwangere en postpartum vrouwen met een voorgeschiedenis van VTE. Het was tot op heden echter onduidelijk wat de optimale dosis LMWH is voor het voorkomen van VTE tijdens de zwangerschap en in de postpartum periode. 

Studieopzet

In de huidige open-label, gerandomiseerde, gecontroleerde Highlow-studie werden zwangere vrouwen met een voorgeschiedenis van VTE gerekruteerd uit 70 ziekenhuizen in 9 landen. Vrouwen kwamen in aanmerking voor inclusie bij een voorgeschiedenis van VTE en een zwangerschapsduur van 14 weken of minder hadden. De deelnemers werden 1:1 gerandomiseerd tussen een lage of middelhoge dosis LMWH, wat eenmaal daags subcutaan werd toegediend tot 6 weken postpartum. De primaire werkzaamheidsuitkomst was het plaatsvinden van VTE, en de primaire veiligheidsuitkomst was het plaatsvinden van ernstige bloedingen, inclusief antepartum, vroeg postpartum (binnen 24 uur na de bevalling) en laat postpartum (24 uur – 6 weken na de bevalling)..

Resultaten

In totaal werden 1.110 vrouwen gerandomiseerd (lage dosis: n=555; middelhoge dosis: n=555). VTE trad op bij 11 vrouwen (2%) die een middelhoge dosis ontvingen en bij 16 vrouwen (3%) die een lage dosis LMWH toegediend kregen (relatief risico [95%-BI]: 0,69 [0,32-1,47]; p=0,33). Bij 5 vrouwen (1%) die een middelhoge dosis ontvingen vond antepartum VTE plaats, net als bij 5 vrouwen (1%) die een lage dosis kregen. Postpartum werd bij 6 (1%) en 11 vrouwen (2%) in respectievelijk de middelhoge en lage dosis-groep een VTE gerapporteerd. Gedurende de behandeling vond in de veiligheidspopulatie (n=1.045) een ernstige bloeding plaats bij 23 vrouwen (4%) die een middelhoge dosis LMWH ontvingen, vergeleken met 20 vrouwen (4%) die een lage dosis kregen (RR [95%-BI]: 1,16 [0,65-2,09]).

Conclusie

Bij vrouwen met een voorgeschiedenis van VTE leidt toediening van een middelhoge dosis LMWH in de antepartum en postpartum periodes niet tot het plaatsvinden van minder VTE’s dan een lage dosis LMWH. Op basis van deze resultaten lijkt een lage dosis LMWH de meest geschikte dosis voor tromboseprofylaxe tijdens de zwangerschap.

Referentie

Bistervels IM, Buchmüller A, Wiegers HMG, et al. Intermediate-dose versus low-dose low-molecular-weight heparin in pregnant and post-partum women with a history of venous thromboembolism (Highlow study): an open-label, multicentre, randomised, controlled trial. Lancet 2022;400:1777-87.