Gentherapie bij sikkelcelziekte: hoe zien patiënten de baten en risico’s?

november 2023 Zorginnovatie Diede Smeets

Gentherapieën zijn veelbelovend, maar kunnen ook gepaard gaan met ernstige bijwerkingen. Het is daarom essentieel om af te wegen of de voordelen van gentherapie opwegen tegen de risico’s ervan. Sikkelcelziekte (‘sickle cell disease’, SCD) kan leiden tot vaso-occlusieve crises, chronische anemie en orgaanschade. Recentelijk zijn de resultaten van een onderzoek naar de baten en risico’s van gentherapie bij sikkelcelziekte gepubliceerd in Blood Advances.

Hoewel er een aantal geneesmiddelen beschikbaar zijn voor de bestrijding van de symptomen van SCD (hydroxyureum, voxelotor, L-glutamine, crizanlizumab) leiden deze therapieën niet tot genezing. Een potentieel genezende therapie bij SCD is allogene hematopoëtische stamceltransplantatie, maar deze behandeling kan gepaard gaan met zeer ernstige bijwerkingen. Daarnaast moet er een geschikte stamceldonor beschikbaar zijn. Voor gentherapie is geen donor nodig en dit type behandeling is over het algemeen geassocieerd met minder immuungerelateerde complicaties dan allogene stamceltransplantatie. Gentherapie gaat echter ook gepaard met bijwerkingen, hoewel hier nog relatief weinig over bekend is. Het is ook niet bekend hoe patiënten het risico/batenprofiel van gentherapie bij SCD zien zelf ervaren. Het doel van de huidige studie was het onderzoeken van de balans tussen voordelen en risico’s die geassocieerd zijn met gentherapie voor SCD.

Discrete-choice experiment

Volwassen (n=174; gemiddelde leeftijd: 34 jaar; 73% vrouw) en de ouders of verzorgers (n=109; gemiddelde leeftijd: 40 jaar; 79% vrouw) van kinderen met SCD (gemiddelde leeftijd: 9 jaar; 47% vrouw) werden in de analyse geïncludeerd. Het onderzoek bestond uit de ontwikkeling en inzet van een ‘discrete-choice experiment’ (DCE)-vragenlijst, waarin deelnemers gevraagd werd om aan te geven welke behandeling hun voorkeur zou genieten wanneer de keuze werd voorgelegd tussen een hypothetische gentherapie en een niet-gentherapie behandelingsmogelijkheid. Daarbij werd voor de (hypothetische) behandeling vermeld wat de kans was om SCD-symptomen te laten verdwijnen, de verwachtte verbetering van de levensverwachting, het behandelingsgerelateerde risico op overlijden en levenslange risico op kanker. Deelnemers maakten een keuze tussen de twee voorgestelde behandelingen op basis van hun huidige ziekte-ernst en in de context van hoe verwacht werd dat de ziekte zou kunnen verslechteren.

Resultaten

De deelnemers hechtten het grootste belang aan de werkzaamheid van de gekozen behandeling. Ook een lagere kans op overlijden in het jaar na de behandeling was voor de deelnemers een belangrijke reden om voor een bepaalde behandeling te kiezen. Volwassen patiënten en de ouders van patiënten stonden over het algemeen open voor gentherapieën, maar de volwassen patiënten hadden hogere verwachtingen over de werkzaamheid van een therapie dan de ouders van kinderen met SCD wanneer de hypothetische gentherapie een mortaliteitsrisico van 10% of meer had. Wanneer volwassen patiënten en ouders van kinderen met gematigde SCD-symptomen gevraagd werd om zich een situatie voor te stellen waarin de ziektesymptomen ernstiger worden, vertoonden de ondervraagden een hogere tolerantie voor risico. Daarbij nam het laagst acceptabele werkzaamheidsniveau voor gentherapie met een risico op mortaliteit af met >50%.

Conclusie

Uit deze studie is gebleken dat patiënten en ouders van SCD-patiënten open staan voor gentherapie, maar met name de werkzaamheid en het overlijdensrisico belangrijk vinden bij de keuze voor een behandeling. Volwassen patiënten en de ouders van pediatrische patiënten met gematigde SCD-symptomen geven vaker de voorkeur aan een alternatieve behandeling dan aan gentherapie vergeleken met patiënten of ouders van patiënten met ernstige symptomen. Wanneer symptoomverergering wordt verwacht, wordt relatief vaker gekozen voor gentherapie. In die situatie lijkt de acceptabele baten/risicobalans meer in het voordeel van de gentherapie, aldus de onderzoekers.

Referentie

Marcos Gonzalez J, Yang J, Reed SD, et al. Preferences for potential benefits and risks for gene therapy in the treatment of sickle cell disease. Blood adv 2023; online ahead of print.