E-health en videoconsulting bestaan al een tijdje, maar werden nog lang niet overal door ziekenhuizen en zorgverleners gebruikt. In de klinische zorg was het gebruik van E-health en videoconsulting niet aan de orde van de dag. De coronapandemie bracht daar drastische verandering in. Ziekenhuizen en zorgverleners zagen zich wereldwijd gedwongen om strenge quarantainemaatregelen in te voeren, en ook patiënten wilden liever niet persoonlijk naar een ziekenhuis komen. Videoconsulting nam noodgedwongen een hoge vlucht in de Nederlandse ziekenhuizen. Nu, ruim een half jaar nadat de pandemie de kop opstak en Nederland inmiddels met de gevreesde tweede golf te maken heeft, wordt op verschillende plekken de stand van zaken opgemaakt rond videoconsulting.

Amsterdam

Aan UMC Amsterdam locatie AMC heeft promovenda Esther Barsom de eerste ervaringen met de grootschalige inzet van videoconsulten bestudeerd. In haar promotieonderzoek inventariseerde zij de ervaringen van zowel zorgverleners als patiënten. Haar conclusie is dat er nog veel te leren en te verbeteren valt, en dat er gevallen zijn waarin een fysiek consult toch de voorkeur krijg van patiënt of zorgverlener. Vaktijdschrift Nature besteedde onlangs aandacht aan haar research 1.

In het Amsterdam Medisch Centrum werd een team samengesteld om medewerkers te helpen bij het videoconsulten. Het verliep erg afwisselend voor de medewerkers aangezien niet iedereen evenveel ervaring had met het omgaan met technologie. Elkaar via een scherm zien maakt het gesprek persoonlijker dan alleen een gesprek via de telefoon te voeren. Dat kan voor zorgen dat een zorgverlener een gesprek beter kan aanpakken en op emoties ingaan wanneer er bijvoorbeeld slecht nieuws wordt overgebracht. Patiënten hoeven niet meer te reizen en dat scheelt ook weer tijd en moeite. Het moet nog veel duidelijker worden waar de voorkeuren van zorgverleners en patiënten liggen wat betreft videoconsulting. Het kan namelijk zijn dat er bij bepaalde afdelingen in het ziekenhuizen patiënten of zorgverleners minder gebruik willen maken van videoconsulting omdat ze fysieke afspraak fijner vinden. Barsom stelt dat er extra onderzoek nodig is om meer duidelijkheid te verkrijgen.

Nijmegen

In Nijmegen, bij het Radboudumc is in 2019 ook al onderzoek gedaan naar videoconsulting tussen zorgverleners en patiënten door Wyke Stommel en haar collega’s 2. Daarbij werd gekeken naar hoe wondgenezing beoordeeld werd door patiënten na een buikoperatie. 22 videoconsulten werden vergeleken met 17 reguliere consulten. Het viel Stommel en haar collega’s op dat tijdens videoconsulten de patiënt meestal de leiding kreeg tijdens het gesprek. Bij een regulier consult deed de arts al het werk, van het beoordelen tot het kijken naar verdere mogelijke behandeling. Bij videoconsulting ging de arts meer af op het woord van de patiënt en trok aan de hand wat de patiënt vertelde een conclusie over de status van de wondgenezing. Volgens Stommel hoeft dat niet per se een groot probleem te zijn. Wonden die goed genezen en waar de patiënt geen last van heeft, hoeven geen nadelige gevolgen te hebben. Het verschilt van patiënt tot patiënt of een fysiek consult, dan wel videoconsulting de voorkeur verdient. Bij een patiënt waarbij er niets aan de hand lijkt te zijn, kan een videoconsult prima toereikend zijn. Maar in serieuze gevallen dient er wel een fysiek consult plaats te vinden aangezien enkel de arts bevoegd is om de medische situatie te beoordelen en tot eventuele verdere behandeling over te gaan.

Patiëntenverenigingen

Inmiddels hebben ook patiëntenverenigingen laten weten hoe zij over het videoconsulten denken. De NFK, Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties, waarschuwt hun leden dat het coronavirus extra risico’s kan meebrengen voor mensen met kanker, en dat videoconsulten aanbevolen worden om het besmettingsrisico te verminderen.3

Samenvattend kan gesteld worden dat het er per afspraak en patiënt van afhangt welke methode het beste is. Ziekenhuizen zijn in het algemeen tevreden over videoconsulting aangezien het een goed alternatief biedt om fysieke afspraken te vermijden. Veel zorgverleners denken dan ook langer gebruik van videoconsulting te maken. Voor patiënten verschillen de ervaringen en wordt er toch vaker prijs gesteld op fysieke consulten. Wel kunnen de zorgverleners altijd met hun patiënten duidelijk overleggen over welke methode het beste is en samen tot een adequate keuze komen.

Bronnen

1: Barsom, E.Z., Feenstra, T.M., Bemelman, W.A. et al. Coping with COVID-19: scaling up virtual care to standard practice. Nat Med 26, 632–634 (2020). https://doi.org/10.1038/s41591-020-0845-0

2: Stommel, W., Van Goor, H. & Stommel, M. (2019). Other-Attentiveness in Video Consultation Openings: A Conversation Analysis of Video-Mediated Versus Face-to-Face Consultations. Journal of Computer-Mediated Communication, Volume 24, Issue 6, November 2019. https://doi.org/10.1093/jcmc/zmz015

3: Website van de NFK.