Nieuwe resultaten van een fase II-studie met hemofilie B-patiënten zijn gepubliceerd. Deze patiënten ontvingen gentherapie, met het doel de hemofilie te verbeteren tot een mildere of functioneel curatieve staat en dit met slechts één behandeling.

Alle patiënten waren volwassen mannen met een FIX-niveau van 1% of minder, en werden daarmee geclassificeerd als ernstig of gemiddeld ernstige hemofiliepatiënten. De patiënten ontvingen intraveneus een dosis (2*1013 gc/kg) met adeno-geassocieerde virus serotype 5 (AMT-061). Dit virus bevat een codon met een menselijke variant van het Padua IX (FIX)-gen met een leverspecifieke promotor.

Vlotte FIX-stijging

Na het ontvangen van deze therapie steeg de FIX-activiteit snel. Op week 6 was deze activiteit gemiddeld 31%. In week 36 was deze activiteit nog verder gestegen, tot een gemiddelde van 45%. De waardes waren respectievelijk bij proefpersoon 1-3: 54%, 30% en 51%.

Op 36 weken was nog geen enkele bloeding ontstaan bij de proefpersonen, ook was er geen behoefte aan additionele FIX, behalve bij patiënt 3 voor perioperatieve management. Bovendien waren er geen klinisch significante verhogingen van de leverenzymen. Bij 1 patiënt ontstonden milde bijwerkingen; hoofdpijn en licht verhoogde CRP-waarden. Geen van de patiënten behoefde immuunsuppressie.

Wegens de continue stijging van FIX-niveaus richting een normaal niveau in alle patiënten, in combinatie met een gunstig bijwerkingenprofiel is besloten verder te gaan met fase III van de studie.

Bron
1. Pipe SW, Miesbach W, Giermasz A, et al. (2019) One year data from a Phase 2b trial of AMT‐061 (AAV5‐PADUA HFIX variant), an enhanced vector for gene transfer in adults with severe or moderate‐severe hemophilia B, Haemophilia, 26:S2, abstract OR10.