Uit onderzoek aan de universiteit van Nottingham is gebleken dat het risico op een bloedstolsel in de aders na hormoontherapie (HRT) voor vrouwen met overgangsklachten mede wordt bepaald door de manier waarop de medicatie wordt toegediend. Dat meldde het gerenommeerde medisch tijdschrift The British Medical Journal (BMJ).

De meeste hormoontherapieën in tabletvorm bleken in verband gebracht te kunnen worden met een verhoogd risico op een bloedstolsel in de vaten ofwel ‘veneuze trombo-embolie (VTE)’. Het hoogste risico hadden middelen die oestrogenen bevatten, en dan vooral geconjugeerd equine oestrogeen, dat verworven wordt uit de urine van paarden. Deze vergrote kans op VTE werd niet gevonden wanneer de hormoontherapie werd toegediend via de huid, door middel van hormoonpleisters of gels.

In de studie werden ruim 80.000 vrouwen met VTE vergeleken met vrouwen (391.494). Ongeveer 7% van de VTE-vrouwen en 5.5% van de controlepersonen onderging hormoontherapie 90 dagen voorafgaand aan de VTE-diagnose. De meeste van hen hadden tabletten gebruikt, wat resulteerde in een tot 15% hoger risico op VTE in vergelijking met vrouwen die geen hormoontherapie hadden ondergaan.

Tevens werd er gekeken naar het type orale medicatie. Sommige patiënten kregen alleen oestrogeen –al of niet geconjugeerd- toegediend, bij anderen werd een combinatie van hormoonpreparaten gebruikt. Wat betreft het risico op VTE was er geen verschil tussen beide groepen patiënten. Vrouwen die het middel oestradiol gebruikten hadden wel een lager risico dan vrouwen die geconjugeerde oestrogeen voorgeschreven kregen. Het risico op een veneus bloedstolsel was het hoogst bij patiënten die een combinatie van geconjugeerd equine oestrogeen met medroxyprogesteronacetaat gebruikten. Het risico was het laagst bij de combinatie van oestradiol met dydrogesteron.

In contrast met hormoontherapie in tabletvorm werden de bovengenoemde verschillen in risico op bloedstolsels niet teruggevonden in vrouwen die door middel van hormoonpleisters of gels behandeld werden.

Het belang van het onderzoek werd benadrukt door de onderzoeksleider. “VTE is een zeldzame bijwerking van HRT, en de waargenomen verhoging van het risico hierop als gevolg van hormoontherapie is op zich geen reden tot paniek. Sommige vrouwen hebben echter al een verhoogd risico op VTE, en voor hen kan een nieuwe risicotoename wel belangrijk zijn.”

Bron
1. BMJ https://www.bmj.com/content/364/bmj.k4810